Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

waterspreeuw - (vogelsoort)

Thematische woordenboeken

H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e editie, Leidschendam

WATERSPREEUWCinclus cinclus
Duits Wasseramsel
Engels Dipper
Frans Cincle plongeur
Fries Wetterlyster
Betekenis wetenschappelijke naam vermoedelijk: vogel met opgewipte staart. De opvallende eigenschap van deze zangvogel is dat hij onder water kan zwemmen en tegen de stroom in over de bodem van een beek kan lopen. Zo fourageert hij op larven en waterkevers die zich tussen de kiezelstenen bevinden. Vaak staat hij op een rotsblok in een snelstromende bergbeek en maakt knikkende bewegingen. Vandaar z’n namen Steenbikker en Steenbijter. Kop en snavel doen denken aan die van een lijster of een spreeuw. Een en ander heeft z’n bovenvermelde namen bepaald, waaraan we Watermerel kunnen toevoegen. Er zijn twee ondersoorten, te weten de Middeneuropese vorm – C.c. aquaticus, ook Roodbuikwaterspreeuw genoemd en de Noordelijke vorm – C.c. cinclus, ook Zwartbuikwaterspreeuw geheten. Beide ondersoorten zijn zeldzaam in Nederland, de eerste als broedvogel, de tweede als wintergast.

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Waterspreeuw Cinclus cinclus (Linnaeus: Sturnus) 1758. De enige europese Zangvogel, die ónder water zijn voedsel kan vinden. De vogel is bijna zo groot als een Spreeuw en heeft ook de overwegende donkere kleur van deze, maar de borst is wit. In de Lage Landen broedt de middeneuropese ondersoort (zie Roodbuikwaterspreeuw) aan (berg)beekjes, maar in N is deze biotoop zeldzaam. Als trekvogel en wintergast komt de noordeuropese ondersoort (Zwartbuikwaterspreeuw) iets vaker voor, maar toch nog tamelijk zeldzaam (zie sub Wetterlyster). De vermoedelijk eerste wn. (tevens vangst) in N was eind november 1759, waarover C Nozeman in 1760 publiceerde: Beschrijving van de waterspreeuw, Uitgez. Verh. V, p.68-76, met plaat. Deze wn. was er wellicht ook de reden van dat de Waterspreeuw, ondanks zijn zeldzaamheid h.t.l., al in deel I van NV (1770) werd behandeld. Houttuyn 1763 gebruikte dezelfde naam (p.479) voor Linnaeus’ 4e ‘Spreeuw’, “Sturnus Cinclus”: “Van deezen, dien LINNAEUS te vooren onder de Kwikstaarten geplaatst hadt, wordt by de Schryvers gesproken onder den naam van Water-Merel, en dus wordt hy Merle d’Eau geheten van BRISSON, die hem onder de Strand- of Moerasloopers (Tringae) plaatst. De Italiaanen, in ’t Milaneesche en daar omstreeks, noemen hem Folot of Falunt d’Acqua, de Duitschers Wasser-Amsel, Bach- of See-Amsel, de Engelschen Water-Ouzel of Water-Crake. Wy kunnen ’er gevoeglyk den naam aan geeven van Water-Spreeuw.” Ook B&O 1822 voeren deze laatste naam, precies zó gespeld.
De wetenschappelijke naam Cinclus <Gr κίνκλος kínklos, een watervogel bij Aristoteles, Aristophanes en anderen. In Jonston 1660 staat de naam “Cinchli” op Tab.53 bij een vogel die gemakkelijk als Waterspreeuw te herkennen is.
Voor achtergronden bij E Dipper (= Waterspreeuw) zie sub Duiker.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal