Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wars - (afkerig)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wars* [afkerig] {wers 1573, wers, wars 1599} te verbinden met wers [dwars] {1297} vgl. middelnederduits wers; etymologie onzeker.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wars bnw. mnl. wers ‘bars, woest, wreed’, Kiliaen wers, wars, warsch ‘tegenstrevend, slecht’, fri. wērs ‘wars’, vgl. nog zaans, beemsters de afl. warsig ‘vies’, fri. wearzich, wērzich ‘afkerig, weerzinwekkend’. Men zal mogen uitgaan van mnl. wers, mnd. wers ‘dwars’ (uit deze bet. kon zich ontwikkelen zowel ‘bars’ als ‘afkerig van’, vgl. van Lessen, Samengest. naamw. 1928, 135-6).

De geringe uitbreiding van het woord maakt aanknoping aan het idg. moeilijk. De verbinding met worstelen, die van Haeringen Suppl. 190 voorstelt, is mogelijk maar hoogst onzeker, ten minste indien men voor dit woord uit moet gaan van een grondvorm *u̯erd-st, zoals Krahe PBB 71, 1949, 242 voorstelt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wars bnw. Kil. wers, wars, warsch “contrarius, adversus, malus”. = fri. (r)s “wars”. Zaansch Beemstersch de afl. warsig “vies”, fri. wearzich, wêrzich “afkeerig, afkeerwekkend”. De eenige plausibele verklaring identificeert wars met ’t bij warren besproken mnl. wers, wars, wors “slechter”. Wij moeten dan uitgaan van uitdrr. als mnl. mi is (te) wers van “ik heb het te erger door, zit opgescheept met, heb genoeg van”, waarnaast licht een jonger ik ben wars (wers) van (reeds bij Kil.) kon ontstaan (vgl. ik honger naast ouder mij hongert e.dgl.), eventueel onder invloed van de synonieme uitdr. ic hebbe (te) wers van en van ik ben beu, afkeerig van. Vgl. vooral vla. wers = “slecht” en “beu”, te wers zijn van iets te doen “tegenzin hebben, te trotsch zijn om iets te doen”. Ook owfri. wersia “bezwaar maken tegen” zal wel van ofri. *wers “slechter” komen, ’t Is dan formeel = ohd. ge-wirsôn “elidere”, os. werson “corrumpere”, gi-werson “contempnere, scandalizare”, ags. wiersian “slechter worden of maken”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

wars. Niet = mnl. wers, wars, wors ‘slechter’, maar = mnl. wers ‘bars, woest, wreed’, dat wij verder mogen identificeren met mnl. wers ‘dwars’, mnd. wers-(ë?) in samenst. Uit de bet. ‘dwars’ laten zich zowel ‘afkerig’ als ‘bars’ afleiden (v.Lessen Samengest. Naamw. 135 vlg.). Met vla. te wers (zijn van) vgl. de veel voorkomende mnl. verbinding te wers ‘dwars’ = mhd. (md.) zô wers(ë?). Hierbij zal zich ook owfri. wersia ‘bezwaar maken tegen’ aansluiten. Het woord laat zich gevoeglijk afleiden van de bij worstelen besproken basis *wer- ‘draaien, winden’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wars bijv., Mnl. wers, Os. wirs + Ohd. wirs (Mhd. id.), Ags. wiers (Eng. worse), On. verr, Go. wairs: alle bijw. = slechter: oorspr. onbek.; wellicht is dan ik ben wars van ontstaan uit b.v. mi is wars van. Hgd. wirsch is adj. van war.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

wars b.nw.
Afkerig (slegs in die uitdr. wars van).
Uit Ndl. wars (Mnl. waers, waersch, wers), mntl. te verbind met wers 'dwars, slegter'. Mnl. wars van het die bet. 'het genoeg van, is opgeskeep met'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

wars: in verbg.: wars van, “afkerig”; Ndl. wars (Mnl. wers/wars/wors, “dwars; slegter”, by Kil wers/wars(ch), “teenstrydig, teenoorgesteld; boosaardig”), as verb. dwarrel(wind) m. warrel(wind) aanvaar word, is verb. dwars m. wars uitgesluit? By vRieb: “wars ende tegen”.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wars* afkerig 1573 [Plantijn]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut