Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

warmen - (opwarmen, warm maken)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

warmen ww. Alg.-germ. afl. (*warmianan) van warm.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

warmen ‘opwarmen, warm maken’ -> Sranantongo waran ‘opwarmen, warm maken’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2492. Die 't dichtst bij het vuur zit, warmt zich het best,

d.i. die het best in de gelegenheid is om zich van de omstandigheden te bedienen, trekt er ook het meest partij vanNav. XXV, 23; 115., ‘die de geschiktste gelegenheid heeft, kan het best tot zijn doel geraken’ (Van Eijk II, 79); zie Harreb. II, 426 a en vgl. het mnl. die meest den viere es naer, hi bernt meest van tfiers gloede; fri. dy tichst by 't fjûr sit waermt him bêst, syn. van de ljue dy 't oan 't laedtsje sitte passe earst op hjar sels; gron. an de broa zitten (Molema, 58 a; vgl. 112 b); geld.: de vör 't vür zit wermt zin rügge (Gallée, 54 b); die bij de flesch (of aan de lade) zit, zegent zich zelven (of het eerst; Harreb. I, XXXIX a); Waasch Idiot. 583 a: aan 't schotelken zitten; die 't kruis heeft, zegent zijn zelven eerst of de pastoor zegent zijn zelven eerst (Joos, 170); hd. wer das Kreuz hat, segnet sich. Zie no. 1314.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut