Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

want - (handschoen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

want 1 zn. ‘handschoen zonder vingers’
Mnl. want, wrsch. al als toenaam van boudene wante [1294-1300; VMNW], ‘want’ in Hi dede enen grauwen roc an ... ende twee ruwe wanten ‘hij trok een grijze rok aan en twee harige wanten’ [1300-50; MNW-R], Om mutsen, om socken ende om wanten van bevere ‘voor mutsen, sokken en wanten van beverbont’ [1343-44; MNW].
Nnd. want ‘want’; nfri. want ‘want’; on. vöttr ‘handschoen’ (nzw. vante); < pgm. *wanta-, *wantu-. De Noord-Germaanse vorm *wantu- is ontleend door Fins (dial.) vantus ‘want’.
Op Frankisch, maar ook op Brits grondgebied is het woord al veel eerder geattesteerd in diverse glossen in middeleeuws-Latijnse teksten, in de vorm wandio ‘handschoen’ [745; Niermeyer] en vooral wantos (mv.) [9e eeuw; Niermeyer]. Het raakte in de betekenis ‘handschoen (met vingers)’ ook bekend in het Frans (Oudfrans guant [ca. 1100; TLF], Nieuwfrans gant) en werd vanuit het Frans ontleend in de andere West-Romaanse talen: Italiaans guanto, Catalaans guant, Spaans guante. Ondanks de relatief late attestaties in het Nederlands en Nederduits neemt men voor Frans gant toch Germaanse herkomst aan. In tegumenta manuum quae Galli wantos vocant ‘handbedekking die de Galliërs wanten noemen’ [615, handschrift 10e eeuw; Niermeyer] zijn wrsch. de Franken bedoeld, want in de Keltische talen is het woord niet geattesteerd.
Verdere herkomst onduidelijk. Men veronderstelt meestal afleiding van de wortel van → winden, maar de dentalen komen niet overeen: pgm. *d in winden, maar *t in want.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

want1* [handschoen] {want(e) 1300} oudnoors vǫttr; waarschijnlijk een ablautvariant van winden, dus: een omwindsel van de hand.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

want 1 znw. v., mnl. want m. ‘handschoen’, mnd. wante (> nhd. wante, want, nde. nzw. wante), on. vǫttr < germ. *wantu (> fins vanttu, vantus ‘wollen handschoen’). Reeds mlat. (7de eeuw) overgenomen als wantos (4. nv. mv.) > ofra. wanz (nfra. gant) ital. guanto, spa. port. guante. Volgens Beda zou het een keltisch woord zijn, want hij zegt ‘tegumenta manuum quae Galii wantos vocant’, maar er zijn in het keltisch geen hieraan beantwoordende woorden aangetroffen.

De verbinding met de groep van winden ontmoet bezwaren, omdat de dentalen in deze woorden verschillend zijn. — Het woord hoort blijkbaar thuis bij de zeevarende volken van de Noordzee; dus misschien een substraatwoord?

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

want I znw. (de), mnl. want m. “handschoen”. Een ook ndd. (en door ontl. nhd.: wanten mv.) woord, = on. vǫttr m. “handschoen” (*wantu-). Dat het woord in ’t Wgerm. veel vroeger bestond dan uit de germ. literatuurbronnen blijkt, leert ons Beda’s tegumenta manuum quae Galli wantos vocant. Kelt. oorsprong mag men bij gebrek aan andere bewijzen hieruit niet afleiden. Uit ’t Germ. it. guanto, fr. gant “handschoen” en finsch vantus “id.”. Oorsprong onzeker. Een betere afl. dan die uit idg. *wondh-nú- (bij winden) of van idg. wend-, een auslautvariant der basis van winden, is niet gegeven.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

want I znw. (de). Een grondvorm idg. *wondh-nú- is zeer onwsch.: vgl. bij bakken Suppl. 1e alin.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

want 1 v. (vuisthandschoen), Mnl. id. + Ndd. id. (hieruit Hgd. mv. wanten), On. vǫttr (Zw. en De. vante), een afl. met abl. bij winden. Hierbij wie in een kousenwinkel woont, weet van wanten. Uit het Germ. komen Fr. gant en Finn. vantus.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Want, handschoen zonder vingerafdeelingen, alleen met duim, fra. gant, it. guanto, spa. guante, mlat. wanto, wanta, wantus = handbedekking. ’t Is niet zeker of het woord van ’t germ. in ’t romaansch overging, of omgekeerd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

want ‘handschoen zonder vingers’ ->? Duits dialect Want ‘handschoen zonder vingers’; Frans gant ‘handschoen, met of zonder vingers’ Frankisch; Italiaans guanto ‘handschoen, met of zonder vingers’ (uit Nederlands of Frans); Spaans guante ‘handschoen zonder vingers’ (uit Nederlands of Frans); Grieks ganti ‘handschoen’ ; Esperanto ganto ‘handschoen, met of zonder vingers’ ; Arabisch (MSA) gwāntī ‘paar handschoenen’ ; Arabisch (Egyptisch) guwanti, gawanti ‘paar handschoenen’ ; Munsee-Delaware waʼnt ‘handschoen zonder vingers’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

want* handschoen zonder vingers 1080 [Rey]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut