Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wang - (zijkant van gezicht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

wang zn. ‘zijkant van het gezicht’
Onl. als glosse mangon (lees uuangon) ‘kaken’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. wange ‘kaak, wang’ [1240; Bern.], in Si sach ... op hare wangen Die trane ... hangen ‘ze zag de tranen op haar wangen hangen’ [1265-70; VMNW].
Os. wanga (mnd. wange); ohd. wanga (nhd. Wange); nfri. wang; oe. wange (ne. dial. wang); on. vangi (nno. vange); alle ‘wang’; got. *waggo op grond van waggareis ‘hoofdkussen’; < pgm. *wangō(n)-; ook on. vengi ‘hoofdkussen’ < pgm. *wangija-, alsmede IJsl. þunnvangi ‘slaap’ (nno. tunnvange ‘id.’; nzw. tinning ‘id.’). Algemeen wordt aangenomen dat het woord als ‘het gebogen oppervlak van het gezicht’ is afgeleid van dezelfde wortel als pgm. *wanga- ‘buiging, bocht’, waaruit: os. wang; ohd. wang; oe. wang, wong; on. vangr (nzw. vång); en met verder toegespitste betekenis got. waggs ‘paradijs’. Met grammatische wisseling pgm. *wanha- ‘verdraaid’ (os. wâh ‘id.’; oe. , woh, wog ‘krom’) en *wanhō (nijsl. ‘hoek’).
Verwant met Sanskrit vanka- ‘rivierbocht’, vanku- ‘kromlopend’, en zonder nasaal met Latijn vacillare ‘wankelen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wang1* [zijkant van gezicht] {wange 1240} oudsaksisch, oudhoogduits wanga, oudengels wonge, wange, oudnoors vangi, gotisch waggari [hoofdkussen, grondbetekenis: gebogen]; buiten het germ. oudindisch vakra- [krom].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wang 2 znw. v., mnl. wanghe v., (onfrank. wanga is verbetering van mangon ‘maxillas’), os. wanga, ohd. wanga o. (nhd. wange v.), oe. wonge o., on. vangi. — Het woord is te verbinden met wang 1, maar dan niet in de zin van ‘gewelfd oppervlak’, maar eerder met J. Trier, Venus (1963) 115 als ‘met haar begroeide oppervlakte’.

J. van Ginneken, Taaltuin 2, 1933-4, 154-7 toont met een kaartje de verspreiding van de woorden wang, koon en kaak aan.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wang znw., mnl. wanghe v. = onfr. *wanga (mangon “maxillas”, lees wangon), ohd. wanga o. (nhd. wange v.), os. wanga (v. o.?), ags. wonge o., on. vangi m. “wang”. In ’t Got. de afl. waggareis m. (of waggari o.?) “hoofdkussen” = ohd. wangari, ags. wongere m. “id.”. Wordt gew. met ohd. -wanga (mv.), os. wang, ags. wong, on. vangr m. “landouw, vlakte”, got. waggs m. “paradijs” (uit ’t Germ. opr. wangus “dameraw”, oudlit. wanga “akker”) en os. wâh o. “het slechte, wee”, ags. wôh “krom, slecht”, als znw. o., “slechtheid, onrecht”, got. un-wâhs “onberispelijk” (*waŋχa-) van de idg. basis wa(ŋ)q- “krom zijn” afgeleid, waarvan ook kymr. gwaeth “slechter”, (lat. convexus “gewelfd”?), oi. vakrá- “krom”, váñcati “hij gaat krom, waggelt” komen. Met evenveel recht is men voor wang van een idg. basis waŋqh- uitgegaan, waarvan dan ook gr. ámphēn “nek” (op ’t geslacht na = germ. *waŋʒ(w)on-), arm. gang, gank “schedel, hoofd” komen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

wang. Dat opr. wangus ‘damerau’ (zeer verbreid in plaatsnamen), oudlit. wanga ‘akker’ uit het Germ. ontleend zouden zijn, is niet wsch. Deze balt. woorden kunnen met de hier genoemde germ. oerverwant zijn, als we van idg. g()h uitgaan; eerder sluiten ze zich aan bij de groep van wankel(en), zie vooral ald. a. h. slot. (Slot.) Gr. (aeol.) ámphēn ’nek’ wordt beter bij de groep van eng gebracht (het laatst F.A.Wood Post-consonantal w 65).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wang 1 v. (kaak, zijstuk), Mnl. wanghe, Os. wanga + Ohd. id. (Mhd. wange, Nhd. id.), Ags. wonge (Eng. wangtooth = baktand), On. vangi, Go. waggari (= hoofdkussen), met de bet. gewelfd van Idg. *waŋɡh- verwant met den stam van wanken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

wang: sykant (veral v. gesig); Ndl. wang (Mnl. wanghe), Hd. wange, herk. onseker, ouer bet. wsk. “geboë oppervlak”.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Iemand de andere wang of rechterwang toekeren of aanbieden e.d., iemand na van hem ondervonden onrecht toch vriendelijk tegemoettreden; geen wraak nemen.

In een toespraak met allerlei aansporingen en waarschuwingen zegt Jezus onder meer tot zijn discipelen: 'Tot jullie die naar mij luisteren zeg ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed. Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt' (Lucas 6:27-30, NBV). Kortom: neem geen wraak. Deze uitdrukking wordt nog regelmatig gebruikt en er wordt ook veel op gevarieerd. Varianten waarin sprake is van de rechterwang komen ook uit de bijbel, en wel uit Matteüs 5:39, 'En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren' (NBV).

Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 44, 23-25. Mar die di sleet ane dine rechte wanghe, bied hem toe de slinke, ende die di welt dinen roc nemen, laet hem oc den mantel.
Mijn oom Jacob keek vriendelijk naar zijn broers, bereid hun elke mogelijke wang toe te keren, leek het. (W. van Toorn, Een leeg landschap, 1990 (1988), p. 57)
[...] het gebrul van finish him van lieden die lichtjaren verwijderd staan van de man van smarten die gezegd heeft, dat als je op je rechterwang geslagen wordt je je linkerwang moet toekeren. (NRC, sept. 1994)
De godvrezende schrijver staat op, loopt naar zijn bureau, trekt een la open en haalt er een manuscript uit te voorschijn. Als rechtzinnig christen, zegt hij, zou hij ook in geval van letterkundige mishandeling de wederpartij de andere Wang moeten toekeren. (De Volkskrant, 27-11-1999, p. 17)

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

-wang Bestanddeel van de vogelnamen Blauwwangbijeneter en Witwangstern.
ETYMOLOGIE N wang Wange wanga; oudengels wonge; oudnoords vangi; gotisch waggari ‘hoofdkussen’; het woord in de betekenis ‘zijkant van het gezicht’, ‘koon’, is te verbinden met wang ‘dam, dijk’ en wang ‘veld, weide, beboste vlakte’ zoals dit in plaatsnamen voorkomt (bijv. het oostfriese waddeneiland Wangeroog). Over de oerbetekenis is men het niet eens; hetzij is het ‘krom’ (oudindisch vakra ‘krom; ~Lat convex), dan wel is het een gutturaal-afleiding van een wortel *wen ‘bebladerde tak, dienend als wintervoer voor het vee’ (in deze betekenis ~ww. winnen, waarvoor zie sub Wientapper) [NEW 1992; Berger 1993].

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wang ‘zijkant van het gezicht; voowerp in de vorm van een wang’ -> Deens vange ‘dragende zijkant in een constructie’ (uit Nederlands of Nederduits); Russisch vánga ‘verdikking van een rondhout op het schip voor de versterking van de mast’; Javaans uwang ‘zijkant van het gezicht; kaak’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wang* zijkant van gezicht 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut