Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wan - (mand voor korenzuivering)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wan [mand voor korenzuivering] {in de plaatsnaam Vuambace, nu Wanbaix (Noord-Frankrijk) <847>, wan(ne) 1350} < frans van < latijn vannus [idem], verwant met ventus [wind].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wan 1 znw. v., mnl. wan, wanne m., mnd. wanne v., ohd. wanna (nhd. wanne) is een oude ontl. uit lat. vannus v. ‘korenwan’ (vgl. ital. vanno, fra. van m.). Een jongere ontlening is oe. fann, ne. fan.

Het leenwoord ontmoette in het germ. een inheems woord ohd. winta, -wanta dat afgeleid is van een ww. *winþān, vgl. ohd. wintōn ‘wannen’, oe. windwian (ne. winnow), on. vinza (< *wenþison), got. diswinþjan ‘wannen’ en winþi skauro ‘wan’, os. wind- skūfla v., te verbinden met lat. ventilāre ‘aan de lucht blootstellen, wannen’, lit. vė́tau, vė́tyti ‘wannen’; waarvoor zie verder: wind. Het lat. vannus behoort hier ook toe.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wan I znw., mnl. wanne v. = ohd. wanna (nhd. wanne), mnd. wanne v. “wan”. Oude ontl. uit lat. vannus “id.”. Bij jongere ontl. was anlaut v- te verwachten (vgl. vesper). Ags. fann (v.?) “wan” (eng. fan) is een jongere ontl. uit ’t Lat. of Rom. De formeel mogelijke afl. van wan uit germ. *wanþ-nô(n)-, ablautend met ohd. wintôn, ags. windwian (eng. to winnow), on. vinza (*winþisôn) “wannen”, got. dis-winþjan “uit elkaar gooien”, winþi-skaúro v., os. wind-skûfla v. “wan” (bij de idg. basis (a)wê-, waarvan ook waaien: hierbij ook lat. vannus “wan” < *wǝtno-, ventilâre “wannen”, lit. vė́tau, vė́tyti “id.”, serv. vȉjati “id.”), is minder wsch.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

wan I znw. “Mnl. wanne v.”, lees: “mnl. wan m.”. — Ags. fann is v. Voor de bet. van de bij waaien behorende woorden voor ‘wan’ vgl. nog mnl. waeyer(e) m. ‘wan’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

1. wan v. (werktuig), Mnl. wanne + Ohd. wanna (Mhd. wanne, Nhd. id.) + Lat. vannus: afleid. van den wortel van waaien. Volgens anderen niet verwant met, maar ontleend aan Lat. vannus.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

wan I: s.nw. en ww., toestel om graan v. kaf te skei; graan m. ’n wan v. kaf skei; Ndl. wan en wannen (Mnl. wanne en wannen), Hd. wanne en wannen, Eng. s.nw. en ww. fan, ontln. aan Lat. vannus en vannare, “wan” (wu. Fr. vanner).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

wan (Latijn vannus)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Wan (wanmolen), van ’t Lat. vannus, verwant met ons waaien (zie Wind): het kaf laten wegwaaien.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wan ‘mand voor korenzuivering; (Vlaams) gat, lek’ ->? Engels † wan ‘mand voor korenzuivering; molenwiek’; Zweeds vanna ‘mand voor korenzuivering’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans dialect wan ‘lang en nauw gat’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wan mand voor korenzuivering 0847 [Claes] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut