Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

walvis - (zeezoogdier van de orde Cetacea)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

walvis zn. ‘zeezoogdier van de orde Cetacea
Onl. walfisk ‘walvis’ als glosse in ceti idest waluisccetus, dat is walvis’ [1163; ONW]; mnl. walvisch, in de vormen wal vesch, wal vesg [1240; Bern.], in ene manire van walvisg, ... als si hoit voren rughe bovent water die sciplude diese siin die wanen dat een eilant si ‘een soort walvis ... als ze haar rug boven het water houdt, denken de zeelieden die haar zien, dat het een eiland is’ [1270-90; VMNW].
Samenstelling van onl. *wal ‘walvis’ met een verduidelijkend tweede lid → vis, dat wellicht is toegevoegd om homonymie te vermijden met → wal. Voor vergelijkbare samenstellingen zie → kraanvogel, → muildier, → oeros, → rendier, → tortelduif, → windhond.
Mnd. walvisch; ohd. wal (nhd. Wal, Walfisch); nfri. walfisk; oe. hwæl (ne. whale); on. hvalr (nzw. val); < pgm. *hwala- ‘groot zeedier’.
Verdere herkomst onzeker. Wrsch. verwant met Oudpruisisch kalis ‘meerval’, maar of het om Indo-Europese verwantschap gaat of om gemeenschappelijke ontlening uit een niet-Indo-Europese taal, is niet vast te stellen. In het laatste geval kunnen ook Fins en Ests kala ‘vis’, Samisch guolle ‘id.’ en andere Fins-Oeralische woorden voor ‘vis’ verwant zijn. Verwantschap met Latijn squalus ‘een soort zeevis’ is zeer onzeker. Dat woord is eerder afgeleid van de wortel *squāl- ‘ruw, ruig van oppervlak’ van squāma ‘schub’ (De Vaan 2008).
In de Oudgermaanse taalfasen is niet altijd duidelijk welk dier er precies wordt bedoeld.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

walvis* [zeezoogdier] {wa(e)lvisch 1201-1250, wal 1599} (het tweede lid vis is ter verduidelijking toegevoegd), vgl. middelnederduits walvisch, oudhoogduits (h)wal, (h)walfisc, oudengels hwæl (engels whale), oudnoors hvalr; mogelijk verwant met latijn squalus [grote vis, zeezoogdier], oudpruisisch kalis [meerval], misschien aansluitend bij (meer)val (vgl. walrus).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

walvis znw. m., mnl. walvisc m., mnd. walvisch, ohd. walfisc (nhd. walfisch), on. hvalfiskr met een tautologische toevoeging van vis uit het oudere ohd. nhd. wal, oe. hwæl (ne. whale), on. hvalr, vgl. nog ohd. walira, welira.

Over dit woord bestaat onzekerheid. Is het eig. de naam van de grote zoetwatervis wels, zoals O. Schrader, Fschr. Sievers 1896, 1-2 aanneemt of is de naam omgekeerd op die van de wels overgedragen, zoals E. v. Roeder, Herrigs Archiv 188, 1951, 113 beweert? — Lidén, Festschr. S. Bugge 1892, 91 verbindt hvalr met lat. squalus ‘zeevarken’ en plaatst het GHÅ 26, 1920 Nr. 2, 91 naast opr. kalis ‘wels’, vgl. ook IEW 958. — Weinig aannemelijk is het vermoeden van H. Petersson SVS Lund 1, 1921, 80 die het woord afleidt < *ḱu̯obmo, dat hij verbindt met de onder huppen behandelde woordgroep.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

walvisch znw., mnl. walvisc m. = ohd. walfisc (nhd. walfisch), mnd. walvisch, on. hvalfiskr m. “walvisch”. Evenals damhert, rendier een samenst. met een eerste lid, in bet. gelijk aan de heele samenst. On. hvalr, ohd. (nhd.) wal m. “walvisch” (waarbij ohd. walira, welira v. “id.”, laat-mhd. nhd. wels m. “wentelaar, een visch”), ags. hwæl m. “id., walrus” (eng. whale) is met opr. kalis “wentelaar” verwant, verder volgens sommigen met gr. phállaina “walvisch” (qh), volgens anderen – ’t waarschijnlijkst – met lat. squalus “een groote zeevisch”, gr. áspalos; ikhthūs Athamánes (Hes.). Ook heeft men beide etymologieën gecombineerd, Zie nog narwal, walros, walschot.]

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

walvis. Of gr. áspalos hierbij behoort, is zeer onzeker. Ook de combinatie van av. kara- ‘soort vis’ is vrij vaag.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

walvisch m., Mnl. walvisc + Mhd. walvisch (Nhd. wallfisch), On. hvalfiskr (De. hvalfisk). Het eerste lid: Ohd. wal (Mhd. id.), Ags. hwæl (Eng. whale), On. hvalr (Zw. en De. hval) = walvisch + Lat. squalus = haai, Opr. kalis = wentelaar.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

walvis s.nw.
Groot visagtige soogdier wat in die see voorkom.
Uit Ndl. walvis (al Mnl.), 'n verduidelikende samestelling van wal 'walvis' en vis 'vis'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm walfis.
D. Walfisch (13de eeu), Eng. whalefish (1511).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

walvis: groot seesoogdier (lid v. d. Orde Cetacea); Ndl. walvis(ch), Mnl. walvisc, Hd. walfisch, almal tout. naas Hd. wal en Eng. whale (On. hvalr, Oeng. hwael), sommige etim. gaan uit v. On. hvalr, terwyl ander verb. soek m. Lat. squalus, ‘’n soort groot vis”, v. walrus.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Walvisch; walrus, ’t Eerste lid beteekent reeds walvisch en heeft dus met wal niets te maken. (Evenzoo is rendier een pleonasme, evenals: struisvogel, muildier enz.)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

walvis ‘walvisachtige’ -> Engels † whalefish ‘walvisachtige’; Negerhollands walvisch, walvis ‘walvisachtige’; Papiaments † walvisch ‘walvisachtige’; Sranantongo walfisi ‘walvisachtige’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

walvis* walvisachtige 1163 [Taal en Tongval 12, 1999, 35ff]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut