Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

walhalla - (erehemel, paradijs)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

walhalla zn. ‘erehemel, paradijs’
Vnnl. 't grootsch Valhalla ‘het grootse paradijs’ [1779; Van Merken], ODIN alleen dronk wyn in Walhalla [1782; Brender à Brandis], Valhalla: galerij van vermaarde Nederlandsche mannen [1840; Picarta].
In de oudste vorm met v- ontleend aan Neolatijn Valhalla ‘mythologische hemel’, een ontlening van Oudnoors valhöll letterlijk ‘de zaal van de gesneuvelden’, een samenstelling van valr ‘de gesneuvelden’, dat we ook vinden in walkure ‘degene die de gesneuvelden kiest’, en höll ‘grote zaal’, zie → hal. De vorm met w- is vermoedelijk ontleend aan Duits Walhalla ‘mythologische hemel’ [1748; Holberg], een nevenvorm van Valhalla ‘id.’ [1750; Schütze]. Ook in andere talen is Valhalla ontleend, al zeer vroeg in het Engels [1696; Nicolson], later in het Frans [1752; TLF].
In de Noorse mythologie was het Walhalla een hemel die speciaal bestemd was voor de gevallenen in de strijd.
Lit.: W. Nicolson (1696), The English historical library, Londen, 146; L. Holberg (1748), Einleitung in das Natur- und Völkerrecht, Copenhagen/Leipzig, 616; G. Schütze (1750), Der Lehrbegriff der alten deutschen und nordischen Völker, Leipzig, 276; L.W. van Merken (1779), Germanicus, Amsterdam, 330; G. Brender à Brandis (1782), Taal-, dicht- en letterkundig kabinet, deel 2, Amsterdam, 169

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

walhalla [paradijs] {1824} < hoogduits Walhalla < oudnoors valhǫll [de zaal van de gesneuvelden], van valr [de gesneuvelden] + hǫll [zaal] (vgl. hal1, Walkure).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

walhalla (Duits Walhalla)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Walhalla was bij de Germanen de gelukzalige verblijfplaats der gesneuvelde helden. Het woord wal (Angelsaksisch väl) beteekent oorspronkelijk: gevallene in den krijg; later ook: kampplaats. Walhalla is dus eigenlijk: de hal der gesneuvelden. Het was een trotsch gebouw – volgens de sagenleer – en de zaal zelf had 540 deuren. Kwamen nieuwe gesneuvelden binnen, dan was de hal te hunner eer versierd en alle helden stonden op om hen te begroeten, terwijl de Walkyren (z. d. w.) hun den wijn aanboden, die anders voor Odin (Wodan) bestemd was. De koningen kwamen allen in W., ook al waren zij niet in den oorlog gestorven. Elken morgen bij het hanengekraai trokken de helden tot een spiegelgevecht met elkander uit; na den slag kregen de gesneuvelden het leven weer terug en ’s avonds vereenigde Odin hen weer aan zijn welvoorzienen disch, waar hun spek van evers wachtte en bier of mede werd gedronken uit de schedels der verslagen vijanden op aarde. Odin zelf dronk alleen wijn; de spijzen gaf hij aan zijn honden ter weerszijden van zijn troon.
Walhalla heet ook een grootsch gebouw bij Regensburg, door Lodewijk I, koning van Beieren gesticht (1830–42), als een hulde aan Duitschlands groote mannen. Het bevat hun bustes benevens fraaie reliefs uit Duitschlands verleden.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

walhalla paradijs 1800 [WNT wederom] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut