Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

waarborg - (onderpand of andere zekerheid)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

waarborg* [onderpand] {waerborge [borg] 1328} van middelnederlands ware, waer [borg]; van waren2 [verzekeren, hoeden] + borg1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

waarborg znw. m., mnl. waerborghe m. ‘borg, borgtocht’, mnd. wārborge m. ‘waarborg, borg’, naast abl. mhd. werebürge m. ‘borg’. — Het 2de lid is borg. Het 1ste lid is mnl. mnd. wāre, ofri. wăre v. ‘borgstelling, borgtocht’, abl. met mnd. wēre, mhd. wěre, wěr, ofri. wěre v. ‘borg’. Daarbij het ww. mnl. ghewēren ‘vrijwaren, toestaan’, mnd. (ge)wēren ‘instaan, borg blijven’, ohd. (gi)wěrēn, wěrĕn ‘nakomen, zich houden aan, uitvoeren’ (nhd. gewähren) en verder mnl. mnd. (ge)wāren, ofri. wăria ‘vrijwaren, borg blijven’, wera ‘borg blijven’. — Idg. stam *u̯er ‘acht geven op’, vgl. os. war ‘voorzichtig’ ohd. giwār ‘opmerkzaam, voorzichtig’ oe. wær ‘gewaar, opmerkzaam, voorzichtig’, on. varr ‘behoedzaam, schuw’, got. wars ‘behoedzaam’. — gr. ṓra (ὤρα) ‘hoede, zorg’, lat. vereor ‘vereren, vrezen’, oiers cōir ‘passend’, kymr cywair (< *kom-u̯ǝri̭os), lett. veru, vērt ‘kijken, bemerken’, toch A. wär, Β wärsk ‘ruiken’ (IEW 1164). — Zie ook waar 1 en waarnemen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

waarborg znw., mnl. waerborghe m. “borg, borgtochtˮ. = mnd. wārborge m. “waarborg, borgˮ. Het tweede lid is borg, het eerste is mnl. mnd. wāre, ofri. ware v. “borgstelling, borgtochtˮ, ablautend met mhd. wër(e), mnd. wēre, ofri. wëre v. “id.ˮ. Bij het ww. mnl. ghewēren (zeldzaam) “vrijwaren, toestaanˮ, ohd. (gi)wërên (-ôn) “nakomen, zich houden aan, uitvoerenˮ (nhd. gewähren), mnd. (ge)wēren “instaan, borg blijvenˮ. Dit laatste kan ook evenals ofri. wera “id.ˮ en mnd. mnl. (ge)wāren, ofri. waria “vrijwaren, borg blijvenˮ, nnl. dial. waren refl. “zich hoeden, oppassenˮ een denominativum van ware zijn. Er kan geen twijfel zijn aan verwantschap met waar II en waarnemen: voor de bet. vgl. ohd. bor(a)gên “zich hoeden, acht gevenˮ = ndl. borgen. De wgerm. basis wer-, war- beteekende “toezien, zorgen voor, verantwoording hebben voorˮ. Mnl. wāre “borgstellingˮ is dus identisch met waar II; nog is ʼt zelfde woord mnd. wāre v. “recht op ietsˮ (reeds os. hôk-wara v. “recht op visscherijˮ), waarbij mhd. wer(e) v. “id. ˮ, mnd. wēre v. “id., bezittingˮ,ofri. were v. “id.ˮ, mnl. wēre v. “erf, bezitˮ. Zie warande.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

waarborg. Met het ablautende mhd. wër(e) is samengest. mhd. wërebürge m. ‘borg’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

waarborg m., Mnl. waerborghe: 1e lid behoort met abl. bij het Ohd. werkw. werên (Mhd. wern, Nhd, gewähren), Ofri. wera = vergunnen, borg staan, bij waar 1; van het teg.deelw. (Ohd. werento), is Fr. garant afgeleid.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1waarborg s.nw.
Sekuriteit.
Uit Ndl. waarborg (1562), 'n samestelling van waar 'waar' en borg 'borg', m.a.w. 'borg wat nie vals is nie'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Waarborg, ’t Eerste lid is het Mnl. ware uit were = vergunning (vgl. ’t Hgd. gewähren = toestaan); waarborg bet. dus: een met verlof verleende borgstelling.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

waarborg* onderpand of andere zekerheid 1328 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut