Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vrijmoedig - (niet beschroomd)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vrijmoedig* [niet beschroomd] {vrymoidich [mild] 1477; de huidige betekenis 1598} middelnederduits vrimodich, middelhoogduits vrimüetic [standvastig, vrijmoedig]; van vrij + middelnederlands gemoedich [kalm, bezadigd, driftig, voortvarend].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vrijmoedig bnw., mnl. vrīmoedich ‘edel van inborst, welwillend, flink, ijverig’, mnd. vrīmōdich, mhd. vrīmüetic ‘standvastig, vrijmoedig’. De verandering van bet. gaat met die van vrij parallel.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vrijmoedig bnw. Reeds mnl. Teuth. mhd. mnd., ook met andere bett. dan “vrijmoedigˮ.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vrijmoedig ‘niet beschroomd’ -> Deens frimodig ‘niet beschroomd’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors frimodig ‘niet beschroomd’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds frimodig ‘niet beschroomd’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vrijmoedig* niet beschroomd 1598 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut