Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vriendelijk - (welwillend, als een vriend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vriendelijk bn. ‘welwillend, als een vriend’
Mnl. vriendelijc ‘welwillend, hartelijk, als een vriend’: vrintlec [1240; Bern.], in har god ... sprac ... vriendelec ende lieflec ‘haar God sprak vriendelijk en lieflijk’ [1276-1300; VMNW], vriendeliken effenare ‘welwillende bemiddelaar’ [1286; VMNW].
Afleiding van → vriend met het achtervoegsel → -lijk.
Os. friundlīk (mnd. vrüntlīk); ohd. friuntlīh; nhd. freundlich; ofri. friūndlik, friōndlik (nfri. freonlik); oe. frēondlic (ne. friendly).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vriendelijk bnw. Sedert ʼt Mnl. Ohd. Os. Ofri. Ags.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vriendelijk ‘aangenaam, welgezind’ -> Zweeds fryntlig ‘gemoedelijk, joviaal’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands vriendlik ‘aangenaam, welgezind’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut