Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vot - (kont)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vot* [kont] {1599 in de betekenis ‘vrouwelijk geslachtsdeel’; de betekenis ‘kont’ 1870} dus met dezelfde betekenisontwikkeling als kont, vgl. hoogduits Fotze; het woord komt nog voor in het aan het hd. ontleende hondsvot.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

vot (zn.) achterwerk; Sermoen euver de Weurd (18e eeuw) vot, Nuinederlands vot <1599> < Aokens Fott.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

voet II: mntl. v. dies. herk. as voet I, maar kan misk. ook verb. hou m. vod en/of m. vot in hondsvot (q.v.), dog van oudsher ook gebr. in bet. “cunnus, vulva” (van vrou), later ook “penis” (van man) en ten slotte alg. as “skaamdele”, vgl. o.a. Lex 304 vut, Grimm s.v. fut(te)/fotte/fotze, tans in Hd. ook die fud, “vulva. Jes. 7:20 voete hou mntl. verb. daarmee, asook die afjak: jou voet, vgl. verder dWit 257-8.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut