Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vorst - (bos, woud)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vorst4 [bos, woud] {in de vroegere Oost-Vlaamse plaatsnaam Ostarfurost <856>, vo(o)rst 1401-1450} oudsaksisch, oudhoogduits forst < middeleeuws latijn forestis [idem] (vgl. houtvester).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vorst 4 znw. (verouderd) ‘banwoud’ (vooral in plaatsnamen als Voorst), mnl. vorst, voerst, ohd. forst (reeds ± 800) < mlat. forestis (reeds in 648 in een oorkonde voor Stavelot-Malmédy). Mogelijk is dit bij de merowingische Franken met de bet. ‘koninklijk woud’ ontwikkeld uit een ouder ‘woud’, eig. ‘naaldhoutbos’ en dan een afl. van ohd. forha ‘den’, vgl. nhd. föhre, vgl. os. furie, oe. furh, on. fura < germ. *forhu, waarnaast abl. ohd. fereheih, langob. fereha ‘eik met eetbare eikels’, te verbinden met oi. parkaṭī ‘heilige vijgeboom’, lat. quercus ‘eik’.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

vorst 'niet omheind bos, banwoud'
Onl. vorst 'niet omheind bos, banwoud', mnl. vorst, voerst 'bos', mnd. vorst, ohd. forst < mlat. forestis 'saltus, silva, nemus'. In plaatsnamen ook Voorst. De etymologie is onzeker. Mogelijk is dit van oorsprong Germaanse woord bij de Merovingische Franken met de betekenis 'koninklijk woud, bos met bijzondere rechten en privileges voor koning of heer' ontwikkeld uit een afleiding van germ. *forhu 'den' in de betekenis 'naaldhoutbos' (ohd. forha, foraha, os. furia, furhia, oe. furh 'den', ono. fura 'den, schip', waarnaast ablautend ohd. fereh-eih, Langobardisch fereha 'eik met eetbare eikels'). De etymologie die verband zoekt met vorst < germ. *furstiz 'nok, dakbalk' wordt niet langer aanvaard. Oudste attestaties in plaatsnamen: 893 kopie 1222 sic: Worst, 1025 kopie 18e eeuw Forste (→ Voorst3)1, 1139 kopie 16e eeuw Honvorst (ligging onbekend, Drenthe of Overijssel)2.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 374, 2Idem 187.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vorst bos, woud 0856 [Claes] <ME Latijn

Overige werken

Julius Pokorny (1959), Indogermanisches Etymologisches Wörterbuch, Bern.

perku-s ‘Eiche’, daraus vielleicht ‘Stärke, Kraft, Leben, Weltenbaum’ und ‘Baum des Donnergottes Perkuno-s

Ai. parkatī- ‘heiliger Feigenbaum’, nind. pargāi ‘Steineiche’; ven. VN Quarquēni ‘Eichenmänner’ (lat. Relikt?); Nymphis Percernibus vielleicht ligurisch (Vaucluse); lat. quercus f. ‘Eiche’; ital.-trent. porca ‘Föhre’ (rät. *porca); kelt. Hercynia silva ‘das deutsche Mittelgebirge’ (aus *Perkuniā, älter *Perkuniā), cymr. perth f. ‘Busch, Hecke’ (*kerk-t-?); kelt. VN Querquerni (goidel.) in Hispania Tarrac.; aus *Perkuniā wohl entlehnt germ. *ferguniō, ahd. Fergunna ‘Erzgebirge’, mhd. Virgunt f. ‘Waldgebirge westlich Böhmens’, got. faírguni n. ‘Gebirge’, ags. firgen ‘Waldhöhe’; ahd. fereheih, langob. fereha ‘Speiseeiche’, aisl. fjǫrr m. ‘Baum, Mann’; ablaut. ahd. forha ‘Kiefer’, ags. furh; aisl. fura f. ‘Föhre’, fȳri n. ‘Föhrenwald’; aus ahd. *forh-ist ‘Föhrenwald’: nhd. Forst; aus ahd. kien-forha (kien- zu ags. cen ‘Kienfackel’, ablaut. zu ags. cīnan, oben S. 355) wird nhd. Kiefer; unsicher ob nach Vendryes RC 44, 313 ff. hierher auch got. fairƕus ‘Welt’, ags. feorh, ahd. ferah ‘Leben’, westgerm. Alaferhuiae (= *Alaferhwiōs), zu aisl. fīrār (*firhw-jōR), ags. fīras Pl. ‘Männer’ usw.; alit. perkúnas Donnergott, lit. perkúnas ‘Donner’, perkúnija f. ‘Gewitter’, lett. pę̄̀rkuôns ‘Donner, Donnergott’, apr. percunis ‘Donner’; aruss. Perunъ ‘Donnergott’, russ. perún ‘Donnerkeil, Blitz’ sind volksetymol. nach slav. *perō ‘schlage’ umgestaltet; unklar ist ai. Parjánya- ‘Gewittergott’ (s. oben unter per-3, perg-).

WP. II 42 f., 47 f., WH. II 402 f., Specht KZ. 64, 10 f., 68, 193 ff., Thieme, Untersuchungen zur Wortkunde des Rigveda 71.

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal