Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vorst - (vriezend weer)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vorst 2 zn. ‘vrieskou’
Onl. forst ‘vrieskou’ in hunger ande thurst ande uorst gelíthen ‘honger en dorst en vorst doorstaan’ [1151-1200; Reimbibel]; mnl. vorst [1240; Bern.].
Os. frost (mnd. vrost); ohd. frost (nhd. Frost); ofri. frost, forst (nfri. froast); oe. forst, frost (ne. frost); on. frost (nzw. frost); < pgm. *frusta-.
Abstractum bij de wortel *freus- van → vriezen.
In het Nederlands is metathese van -r- voor klinker + dentaal opgetreden zoals in → kerst.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vorst3* [vriezend weer] {vorst(e) 1201-1250} middelnederduits vorst, oudhoogduits frost, oudengels forst (engels frost), oudnoors frost; van vriezen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vorst 3 znw. m. ‘koude’, mnl. vorst m. v., mnd. vorst, ohd. nhd. frost, ofri. oe. forst (ne. frost), on. frost o. < germ. *frusta, afl. van vriezen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vorst III znw. (koude), mnl. vorst m. = ohd. (nhd.) frost, mnd. vorst, ofri. ags. forst (eng. frost) m., on. frost o. “vorst”, germ. *frusta-. Bij vriezen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

vorst III (koude). Mnl. vorst m. en v.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vorst 3 v. (koude), Mnl. id. + Ohd. frost (Mhd. vrost, Nhd. frost), Ags. forst (Eng. frost), On. frost (Zw. en De. id.): van denz. stam als ʼt v.d. van vriezen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

3vors s.nw. (minder gebruiklik)
Ryp, vriesweer.
Uit Ndl. vorst (al Mnl.).
Eng. frost (700).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

vors V: s.nw., lae frekw., “koue”; Ndl. vorst (Mnl. vorst), Hd. en Eng. frost, hou verb. m. Ndl. vriezen, Afr. vries, Hd. frieren, Eng. freeze.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Vorst, prins, mnl. vorste, is hetzelfde als voorste, eerste, vgl. eng. first en lat. princeps (van primus en caput). Vorst, het vriezen, mnl, vorst, is een afleiding met metathesis van dat ww. Vorst, nokpan, mnl. vorst, staat blijkens de verwante vormen in het ouder en nieuwer Duitsch, niet met een dier beide woorden in verband, maar schijnt een samenstelling van voor en staan = iets wat vooruit staat, dat uitsteekt.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vorst (’t vriezen) staat voor vrost (Hgd. Frost) afl. op t van vriezen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vorst ‘vriezend weer’ -> Duits dialect Förste ‘vriezend weer’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vorst* vriezend weer 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut