Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vork - (getand werktuig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vork zn. ‘getand werktuig’
Onl. *furka op grond van het toponiem furkadabeki ‘Fourdebecques (Pas-de-Calais)’, letterlijk ‘gevorkte beek’ [1136; Gysseling 1960]; mnl. vorke ‘vork’ [1240; Bern.], als wapen in steecsweert. glavie. pieke. vorke. priem. of gaveloten ‘steekzwaard, slagzwaard, lans, vork, priem of speren’ [1351; MNW-P], als eetwerktuig in Een zilveren messe, een zilveren forck [1421; MNW].
Vroege ontlening aan Latijn furca ‘twee- of drietandig werktuig of wapen’, verdere herkomst onzeker.
Het Germaanse woord voor hetzelfde begrip is → gaffel, zie aldaar voor het gebruik van beide woorden in het Nederlands en de andere Germaanse talen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vork [getand werktuig] {vo(o)rke, forc 1201-1250} < oudfrans furcke, forque < latijn furca [tweetandige grote vork, gaffel].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vork znw. v., mnl. vorke v., os. ohd. furka, ofri. furke, forke v., oe. forca m., force v. (ne. fork), on. forkr m. ‘gaffel, vork, boothaak’. — Dit langs de Beneden-Rijn tot de Moezel reikende en ook in Engeland bekende woord is volgens Th. Frings Germ. Rom. 1932 156-157 uit Gallië in de Romeinse tijd overgenomen en gaat dus terug op lat. furca.

Het on. forkr betekent echter ‘met ijzer beslagen stok om een schip af te stoten’ en zal wel niet op het lat. woord teruggaan; het hangt eerder samen met os. fercal ‘grendel, slot’, oe. forclas mv. ‘grendel’ (H. Petersson PBB 33, 1908, 191), dat verder te verbinden is met osl. pragǔ, porogǔ ‘drempel’, lit. pérgas ‘vissersboot’ (Persson SVS 10, 1912, 475). In dit geval kan men aannemen, dat lat. furca op een reeds bestaand homoniem gestoten is en daaraan een bijzondere betekenis gegeven heeft. — Men kan verder herinneren aan lat.-germ. franca ‘speer’ vgl. oe. franca > on. frakka v., frakki m., die samenhangt met de naam van de Franken. Voor de verdere verklaring zie J. Trier PBB 67, 1944, 116 die ook voor vork uitgaan wil van een bet. ‘gevorkte paal’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vork znw., mnl. vorke v. = ohd. os. furka, ofri. forke, furke v., ags. forca m. (eng. fork), on. forkr m. “gaffel, vork, boothaak”. Van lat. furca “vork, getand voorwerp”, wsch. door rom. bemiddeling. Een oorspr. germ. vork-benaming is gaffel.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

vork. Ags. forca m. en force v.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vork n., Mnl. vorke, Os. furka, gelijk Hgd. furche, Eng. fork, Fr. fourche, uit Lat. furcam (-a) = gaffel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

vork: een flinke (of goede o.id.) vork slaan (sloeg, heeft geslagen), steeds grote eetlust hebben, veel eten. Tijdens een hongersnood ging heer Spin gebukt onder kommer en verdriet. Zooals iedereen weet, slaat hij een flinke vork en hij bezit bovendien een vrouw en twaalf kinderen (van Cappelle 276).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

vurk: s.nw. en ww., tafel- en tuingereedskapstuk; skeiding v. paaie; (as ww.) skei (bv. v. paaie); Ndl. vork (Mnl. vorke, dial. ook vurke), Eng. fork, ontln. aan Lat. furca, “gaffel, tweetandvurk”, vlgs. dVri J EW het Lat. mntl. net sem. invl. gehad, v. verder Kloe HGA 123-4.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

vork (Latijn furca)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

vork. In Lobith kent men het verwensingsversje wat je zegt, ben je zelf,// met je kop door de helft,// met de vork in je kont,// zo loop je de hele wereld rond! Het is duidelijk dat de emotionele betekenis van dit vers minachting, afkeer en walging is. Dat geldt ook voor de elliptische regel [loop] met de vork in je kont!, die ik noteerde voor Vlissingen. → elf, helft, koffiemelk, lepel, melk, tiet, touw, verf.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vork, van ’t Lat. furca = gaffel. Landbouwterm, zie Vlegel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vork ‘getand werktuig’ -> Deens fork ‘gaffel’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors fork ‘gaffel’ (uit Nederlands of Nederduits); Noord-Sotho foroko ‘getand werktuig’ (uit Afrikaans of Engels); Tswana fôrôkô ‘getand werktuig’ (uit Afrikaans of Engels); Xhosa folokwe ‘getand werktuig’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho fereko ‘getand werktuig’ (uit Afrikaans of Engels); Indonesisch fork, forek, porok ‘fietsvork’; Ambons-Maleis vork ‘eetgerei’; Javaans gerpu ‘getand werktuig’; Kupang-Maleis forok ‘getand werktuig’; Menadonees fòròk ‘eetgerei’; Rotinees fòlok ‘getand werktuig’; Savu woro ‘getand werktuig’; Japans † horuko, hoko ‘getand werktuig’; Negerhollands vork ‘getand werktuig’; Berbice-Nederlands for(u)ku ‘getand werktuig’; Papiaments fòrki (ouder: forki, vorki) ‘getand werktuig’; Sranantongo forku ‘eetgerei’ (uit Nederlands of Engels); Aucaans foloekoe ‘getand werktuig’; Saramakkaans folúku ‘getand werktuig, eetgerei’ ; Sarnami forku, phorku ‘getand werktuig; hooivork, mestvork’; Surinaams-Javaans forok ‘getand werktuig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vork getand werktuig 1240 [Bern.] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2475. Weten hoe de vork in (of aan) den steel zit,

d.i. eig. weten hoe de hooivork in den steel zit; overdr.: weten hoe de zaak in elkander zit, hoe de toedracht der zaak is. In de 17de eeuw komt de uitdrukking o.a. voor bij Smetius, 204; Spaan, 45: De moer zond dan door dezelve boden brieven wederom, hoe de vork in de steel stond; bl. 281: Alzoo het Wyf niet naliet bekend te maken hoe de vork aan de steel stond; Middelb. Avant. 113: Toen merkte ik, hoe de vork in den steel stak. Hiernaast in de 18de eeuw bij Tuinman I, 343: Men moet zien hoe de herk aan den steel staat, dit wil zeggen, men moet op den toestand der zaak acht geven; zo plegen hooyers te zien, of hunne herken, die zy gebruiken moeten, los of vast aan den steel staan, om in hun werk niet belemmert te worden; Spect. IX, 60: Dan kan ik zelf zien hoe de vork in den steel steekt; in C. Wildsch. IV, 194: Hooren, hoe de vork in den steel zit; Harreb. I, 285 a; Cam. Obsc.19 bl, 62; Dievenp. 121; B.B. 326; Het Volk, 29 Juli 1915 p. 1 k. 2: Wethouder Vliegen vertelde precies hoe de vork in den steel zat. In het fri. sjen ho't de foarke yn 'e stok (of stâlle) sit; Twente: weten hoo de schuppe of de harke an 'n stel zit; afrik. weet hoe die vurk in die steel (hef) steek (sit); oostfri.: weten, ho de harke in de stêl sit, den Zusammenhang der Dinge kennen und demgemäsz eine Sache richtig anfassen (Dirksen I, 108); nederd. he wêt, wo der Forke im Stêl stickt (Eckart, 571). Ook in Zuid-Nederland: weten hoedat de vörk in de(n) steel zit (Antw. Idiot. 2141) naast weten waar het verken vast is (Schuerm. 787 b; Antw. Idiot. 1336Deze zegswijze ook in Pamfl. Muller, 630 r (anno 1608).) of waar het peerd gebonden ligt (Antw. Idiot. 1962). Vgl. het eng. to put the axe in the helve, een moeilijkheid oplossen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut