Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

voorwoord - (woord vooraf)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

voorwoord [woord vooraf] {1838, vgl. vorewort [eerste woord, beginwoord] 1464} < hoogduits Vorwort, vgl. voor2 + woord1.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

voorwoord (Duits Vorwort)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

voorwoord ‘woord vooraf’ -> Deens forord ‘voorafgaand betoog in een boek’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors forord ‘woord vooraf’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

voorwoord woord vooraf 1838 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut