Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

voorvallen - (gebeuren)

Etymologische (standaard)werken

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† voorval znw. o. Niet bij Kil. Bij het ww. † voorvallen, mnl. voor-, vōrevallen (alleen met dat. pers.) ‘gebeuren, geschieden’, een ook mnd. vroegnhd. samenst.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1voorval ww.
Gebeur of plaasvind, gewoonlik onverwags, en dikw. verhinder dat iets anders kan gebeur of plaasvind.
Uit Ndl. voorvallen (Mnl. vorevallen), wsk. so genoem omdat wanneer iets onverwags voor iets anders gebeur of plaasvind, dit as 't ware uit die bloute val.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

voorvallen ‘gebeuren’ -> Deens forefalde ‘gebeuren’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors forefalle ‘gebeuren’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds förfalla ‘gebeuren; lijken’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands val voor ‘gebeuren’.

Hosted by Meertens Instituut