Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

voltooien - (tot een einde brengen; volledig maken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

voltooien ww. ‘tot een einde brengen; volledig maken’
Vnnl. voltoyen in om haer ongheluck te voltoyen ‘om hun ongelukkige toestand compleet te maken’ [1561; iWNT], binnen den t'neghentich daghen ... voltoyt ende volbracht ‘binnen negentig dagen tot een einde gebracht’ [1638; iWNT].
Gevormd uit → vol in de betekenis ‘tot het einde’ en → tooien in de oorspr. betekenis ‘maken’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

voltooien* [afmaken] {1561} het tweede lid is middelnederlands touwen [gereed maken] (vgl. tooien).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

voltooien ww., eerst na Kiliaen; toch zullen wij moeten uitgaan van de mnl. bet. van tōyen, touwen ‘gereed maken, maken’ en niet van de nnl. bet. Ook de overeenstemming met got. fullatōjis ‘volmaakt’ doet vermoeden, dat deze samenstelling wel oud zal zijn.

Indien men met Noreen Gramm. § 68 on. tȳja uit een germ. *tōian mag verklaren, dan zou nog aan te voeren zijn on. fulltȳja ‘helpen’. Maar men verklaart dit woord ook uit een germ. *tiuhan, waarvoor zie: tijgen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

voltooien ww. Niet bij Kil. noch mnl. Wsch. een samenst. van tooien, evenals got. fulla-tojis “volmaakt” bij taujan hoort. De combinatie met on. tø̂ja, tŷja, fulltŷja “helpen” en verder met de woordfamilie van teug (-tooien < *tauchianan) is te verwerpen. On. tø̂ja enz. worden ook wel bij tooien gebracht.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

voltooi ww.
Klaarmaak, afrond.
Uit Ndl. voltooien (1561), 'n samestelling van vol 'heeltemal' en tooien, met lg. uit Mnl. touwen 'maak, gereedmaak'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm foltooi.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

voltooien* afmaken 1561 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut