Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

volop - (in overvloed)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

volop bw. ‘in overvloed’
Mnl. vol op ‘in overvloed’ in Die coninc had so veel doen reyen Dat ellic vol op ende genoech vant ‘de koning had zoveel laten bereiden, dat ieder meer dan genoeg kreeg’ [1460-80; MNW-R]; vnnl. volop ‘in ruime mate, in overvloed’ [1588; Kil.].
Gevormd uit → vol en → op.
Nhd. vollauf ‘volop’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

volop bijw. Reeds bij Kil. en mnl. als één woord.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

volop ‘naar hartelust’ -> Papiaments † volop ‘naar hartelust’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal