Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

voegen - (verbinden, bij elkaar doen; schikken, passen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

voegen ww. ‘verbinden, bij elkaar doen; schikken, passen’
Onl. (gi)fuogen ‘verbinden, verenigen’ in furista gefuogeda singindon ‘de vorsten verbonden met de zangers’ [10e eeuw. W.Ps.]; mnl. voeghen ‘verbinden, bij elkaar doen; schikken, gepast zijn, betamen’, als vugen ‘verbinden’ [1240; Bern.], in nempse ende vorse dart v vogt ‘neem haar mee en breng haar waar het u maar schikt’ [1260-80; VMNW], dat hem noch uuget Te kirne weder tote mi ‘dat het hem nog belieft naar mij terug te keren’ [1265-70; VMNW], tegader te uugene ‘samen te voegen’ [1291-1300; VMNW], ook ‘regelen; aan iemand een plaats of functie aanwijzen’ in Die ghelt heeft, ... Hi set daventure ende voeghet, Also alse hem genoeghet ‘wie geld heeft, bepaalt en regelt wat er gebeurt, zoals het hem belieft’ [1300-25; MNW-R], Men sal altoos die beste voeghen beyde in rechte ende in rade ‘men moet altijd de beste een plaats geven, zowel in de rechtbank als in de stadsraad’ [ca. 1480; MNW].
Os. fōgian (mnd. vögen, vanwaar door ontlening nzw. foga); ohd. fuogen (nhd. fügen); ofri. fōgia (nfri. foegje); oe. fēgan (ne. fay); alle oorspr. ‘verbinden, samenvoegen’, < pgm. *fōgjan-.
Ontwikkeld uit pie. *poh2ḱ-éie-, een causatief (‘vast/ passend maken’) bij de wortel pie. *peh2ḱ- ‘vastmaken’ (LIV 461), zie → vangen.
Zie ook → bevoegd, → gevoeg en → gevoeglijk.
voeg zn. ‘naad’. Mnl. voeghe ‘gepastheid, gepaste wijze; wijze, manier’ in rat mir mit fuoege ‘adviseer mij op gepaste wijze’ [1201-25; VMNW], In alle dierre voege alse voorscr. is ‘op alle genoemde manieren’ [1338; MNW]; vnnl. voege ‘plaats waar de stenen van een bouwwerk tegen elkaar komen’ in daer mede die voegen vanden stenen gaeten ... gevult ziin ‘waarmee de voegen tussen de stenen gevuld zijn’ [1522; iWNT], die voegen van den mueren [1553; iWNT], voege ‘naad van houten constructiedelen’ [1567; iWNT]. Afleiding van voegen. De Middelnederlandse betekenissen zijn verouderd, behalve in de vaste verbinding: in dier voege ‘zodanig, op zo'n manier’, die nog wel gebruikt wordt, maar toch ook als verouderd beschouwd mag worden. Van de specifiek bouwkundige betekenis van voeg is een nieuw werkwoord voegen “voegen tusschen de steenen van een gebouw stryken” [1710; Halma NF] afgeleid.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

voegen* [verbinden] {vo(e)gen 1201-1250} middelnederduits vogen, oudsaksisch fogian, oudhoogduits fuogen, oudfries fogia, oudengels fegan (engels to fay); buiten het germ. latijn pangere [vastmaken], grieks pègnumi [ik maak vast], oudindisch pāśa- [strik]; verwant met vangen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

voegen ww., mnl. voeghen, os. fōgian, ohd. fuogen (nhd. fügen), oe. fēgan (ne. fay) ‘samenvoegen’, ook ofri. fōgia. — oi. paś- ‘strik, lus’, av. pas- ‘aan elkaar bevestigen’, gr. pássalos, att. páttalos m. ‘pin, spijker’, pḗgnumi ‘bevestigen; doen verstijven’, págē ‘strik, vouw’, lat. pacisco ‘een verdrag bevestigen’, pāx ‘vrede’, pālus (< *pakslo-) ‘paal’, miers āge (< *pāgi̯o) ‘lid, pijler’, āil (< *pāgli of *pōkli) ‘aangenaam’, sloveens pâz ‘voeg’ van de idg. wt. *pāḱ en *pāĝ ‘vastmaken’ (IEW 787-788). — Zie ook: vagen, vak en vangen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

voegen ww., mnl. voeghen = ohd. fuogen (nhd. fügen), os. fôgian, ags. fêgan (eng. to fay) “samenvoegen, voegen” resp. ofri. fôgia “id.”. Verwant met ier. aice, nier. aic “band, ketting” (*paḱni-), lat. paciscor “ik sluit een overeenkomst”, pâx “vrede”, gr. pḗssō “ik bevestig” (xj > ss), oi. pā́ça-, páç- “strik”, av. pas- “binden”. Voor de idg. bases pâḱ- en pâĝ- zie verder bij vagen, vak, vangen. Van een basis pē̆ḱ-, pō̆ḱ- misschien lit. půsziu “ik versier”, arm. hesum “ik weef”, hesk “band”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

vagen. Aan het slot worden semantische bezwaren tegen de vereniging van “al deze woorden” verlicht. Er zijn echter ook klank-bezwaren (vooral de ë van veel germ. woorden) tegen de combinatie met voegen, dat op een idg. basis met â wijst. Deze bezwaren gelden niet voor de bij voegen (slot) veronderstelde basis idg. *pē̆k-, (*pō̆ḱ-).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

voegen o.w., Mnl. voeghen, Os. fôgian + Ohd. fuogen (Mhd. vüegen, Nhd. fügen), Ags. fégan (Eng. to fay), Ofri. fógia = passen, verbinden: abl. bij vagen, vegen: Germ. wrt. fah, waarnevens wrt. faŋh en wrt. fak: z. ook vangen en vak.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Voegen, van den Germ. wt. fag = schikken, in orde brengen, passend bijeenzetten. Zie ook Vaag en Vegen. „Dat voegt u niet” = dat schikt, past u niet.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

voegen ‘verbinden’ -> Deens føje (sig) ‘verbinden, toevoegen, lukken’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors føye ‘verbinden’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds foga ‘verbinden’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds föga ‘toegeven’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans dialect † s'envoucker en ‘zich bij iemand voegen’; Javaans diepuh ‘(op)gevoegd (metselwerk)’; Negerhollands vueg ‘verbinden’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

voegen* verbinden 1100 [Willeram]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut