Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vlug - (snel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vlug bn. ‘snel’
Mnl. vlugghe ‘(goed) in staat om te vliegen; snel’ in sijn si ulugghe ‘als ze (t.w. duiven) klaar zijn voor het vliegen’ [1287; VMNW], Dan siwi talre quaetheit vlugge ‘dan zijn wij snel geneigd tot alle kwaad’ [1300-50; MNW-R], Die adere en loept niet so vlugge ‘de gelaten ader bloedt niet zo sterk’ [1340-60; VMNW]; vnnl. vlugh ‘in staat om te vliegen’ [1605; iWNT].
Mnd. vlügge ‘in staat om te vliegen; beweeglijk, ijverig’ (nnd. flügge, en door ontlening (v)nhd. flügge ‘vliegvlug (van vogels), zelfstandig (van jonge volwassenen)’); ohd. flucki ‘in staat om te vliegen’ (mhd. vlücke, nhd. dial. fluck); nfri. fluch ‘snel’ (< nl.); oe. *flycge op grond van een glosse unfligge ‘zonder veren’ (me. flegge, ne. fledge (ww.) ‘volwassen worden, tot ontwikkeling komen’); < pgm. *flug-ja- ‘in staat om te vliegen’.
De oorspr. betekenis is ‘in staat om te vliegen’, bijv. gezegd van jonge vogels, maar bij uitbreiding ook van mensen ‘volwassen’. Deze heeft nog een tijd bestaan in de samenstelling vliegvlug, gezegd van jonge vogels (in Tegen de tijd, dat de jongen vliegvlug worden [1939; iWNT vliegen]). De betekenis is in het Middelnederlands en het Middelnederduits al vroeg van ‘snel in zijn bewegingen’ uitgebreid naar ‘snel’ in het algemeen.
vliegensvlug bn. ‘zeer snel’. Nnl. in Daar schiet een hinde, vliegensvlug, Van uit het loof [ca. 1840; WNT]. Gevormd uit het inmiddels verouderde bijwoord vliegens ‘zeer snel’ en vlug. Vliegens is met bijwoordelijke -s (zie → -s 2) en wegval van de -d- afgeleid van het teg.deelw. vliegend van → vliegen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vlug* [snel] {vlugge, vluch [goed kunnende vliegen, snel] 1287} ablautend bij vliegen, vgl. het middelnl. iteratief vluggelen [fladderen], naast vlichelen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vlug bnw., mnl. vlugghe ‘kunnende vliegen, vlug’, mnd. vlugge ‘geschikt om te vliegen; druk, hevig bewegend, vlug, handig, flink’ (> nhd. flügge sedert Luther), ohd. flucchi ‘geschikt om te vliegen’, oe. flycge (ne. fledge) < germ. *fluggja, afl. van vliegen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vlug bnw., mnl. vlugghe “kunnende vliegen, vlug’’. = ohd. flucchi “geschikt om te vliegen” (nhd. flügge, ndd. vorm, ook “manbaar, trouwlustig”), mnd. vlugge “id., druk, hevig bewegend, vlug, handig, flink, vluchtend”, ouder en dial. eng. fledge “in staat te vliegen”. Uit *fluӡja-: bij vliegen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vlug bijv., Mnl. vlugghe + Ohd. flucchi (Mhd. vlücke, Nhd. flügge), Eng. fledge, On. fleygr: van denz. stam als ʼt v.d. van vliegen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2vlug b.nw.
Vinnig, gou, vaardig, bekwaam.
Uit Ndl. vlug (1879 - 1886).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vlug, afl. van vliegen: wat vliegende is, dus snel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vlug ‘snel’ -> Fries fluch ‘snel’; Deens † fluks ‘snel’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors fluks ‘snel, onmiddellijk’ (uit Nederlands of Nederduits); Petjoh vlug-vlug ‘sneller!, maak voort!’; Javindo flug ‘snel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vlug* snel 1287 [CG NatBl]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut