Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vlooienmarkt - (rommelmarkt)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2019

Vlooien

“Het is bekend, dat deeze Insecten overvloediger huisvesten by menschen, die veel zweeten, en weinig verschooning hebben, dan by reine lieden, en die weinig zweeten (…).” Dit schreef natuuronderzoeker J. le Francq van Berkhey in 1769 over vlooien. Eeuwenlang waren die een plaag voor de mensheid, en was het doodknijpen ervan voor het slapengaan een dagelijks ritueel. “Ik kruipe in mijne vlooibak”, zei men in het Brugse dialect als men naar bed ging. Tegenwoordig denken we bij vlooienbak eerder aan een hond dan aan een bed.
Vlooien hebben grote achterpoten, waarmee ze enorme sprongen kunnen maken. De Nederlandse benaming gaat, evenals het Duitse Floh, het Engelse flea en het Franse puce, terug op een Indo-Europees werkwoord dat ‘springen’ betekent. Bijzonder aan vlo is de meervoudsvorm vlooien, met de j-achtige tussenklank die we ook horen en gespeld zien in koeien. De naast vlo bestaande vorm vlooi is van dit meervoud afgeleid.

Spel
Vlooien zitten in diverse Nederlandse woorden. Neem nu vlooienmarkt (‘markt van gebruikte spulletjes’). In 1885 werd in de Parijse stadswijk Saint-Ouen voor het eerst zo’n markt gehouden. De kooplieden werden spottend ‘puciers’ genoemd, ‘handelaars in vlooien’, vanwege het ongedierte in de aangeboden waren. De markt zelf kreeg de benaming marché aux puces, en ontwikkelde zich tot een toeristische attractie. Aldus raakten in omringende landen ‘flea markets’, ‘Flohmärkte’ en ‘vlooienmarkten’ in zwang. De Engelse, Duitse en Nederlandse woorden zijn leenvertalingen uit het Frans.
Een ander voorbeeld is vlooienspel. Hierbij is het de bedoeling alle fiches in zo min mogelijk beurten in een bakje te laten belanden. In 1888 werd het spel in Engeland op de markt gebracht als Tiddledy Winks, en onder deze naam werd het ook in Nederland geïntroduceerd. De benaming vlooienspel, geïnspireerd door het ‘springen’ van de fiches, moet in de spreektaal kort daarna al in omloop zijn geraakt. Dat blijkt uit een gefingeerd gesprek tussen Sinterklaas en een winkelier, in De Tijd van 9 november 1891. Omdat volgens de Sint “in een netten kring het woord vloo niet [mag] worden genoemd”, geeft hij de voorkeur aan knipspel. De winkelier: “Welnu, noem het dan knipspel, goedheiligman, maar ik verzeker u, dat mij een dame eens is komen vragen naar zoo’n vlooienspel, ik kende het toen zelf nog niet onder die benaming.” Andere vroege benamingen waren Kat en muis, Fling Flang, Je bent de sigaar en Wipspel. Pas in de jaren veertig kwam het spel onder de naam Vlooienspel in de handel.

Ukelele
Een woord dat op een verrassende manier met vlooien te maken heeft, is ukelele. Die benaming voor een klein snaarinstrument is via het Engels tot ons gekomen, maar stamt oorspronkelijk uit het Hawaïaans, waarin het een samenstelling is van uku (‘vlo’) en lele (‘springend’). De benaming gaat terug op het snelle verspringen van de vingers tijdens het bespelen van het instrument. De ukelele zelf stamt uit Portugal. Hij werd in 1879 in Hawaï geïntroduceerd door drie Portugese immigranten die op de suikerplantages kwamen werken. Het muziekinstrument werd op de eilandengroep zó’n groot succes dat de Portugezen van het bouwen ervan hun beroep maakten. In het begin van de twintigste eeuw werd de ukelele wereldwijd populair, samen met de Hawaïaanse muziek.
De etymologie is trouwens omstreden. Een andere verklaring is dat het woord teruggaat op uku (‘geschenk’) en lele (‘komen’). Ukelele zou dan betekenen: ‘het geschenk dat is gekomen’. Deze woordverklaring wordt toegeschreven aan koningin Liliuokalani (1838-1917), de laatste regerende monarch van Hawaï en componist van het bekende lied ‘Aloha ’oe’.

Roddelen
Bij apen is het verwijderen van vlooien een belangrijk ritueel voor het vormen van vertrouwensrelaties. Sommige primaten besteden aan dit wederzijdse ‘vlooien’ maar liefst twintig procent van hun tijd. In het voetspoor van Desmond Morris (vooral bekend van zijn boek De naakte aap, 1968) zijn wetenschappers op zoek gegaan naar vlooigedrag bij mensen. Met name op de werkvloer heeft het werkwoord vlooien een overdrachtelijke betekenis gekregen: roddelen, kletsen, koffiedrinken en allerlei andere vormen van sociaal gedrag om de collegiale banden aan te halen. “Hé, is dat niet de vrouw die bij de DE-koffieautomaat met D. zat te vlooien? Zei ik het niet: die steunt D. in het eerstvolgende conflict”, zo stond in 2006 in Intermediair. De antropoloog Robin Dunbar brengt in Vlooien, roddelen en de ontwikkeling van taal (1997) de hypothese naar voren dat taal is ontstaan als een tijdbesparende vorm van vlooien. Laten we daarom de vlo dankbaar zijn.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2017), ‘Vlooien’, in: Onze Taal 5, 19]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

vlooimark s.nw.
Informele mark waar allerlei, veral tweedehandse ware verkoop word.
Uit Ndl. vlooienmarkt (1955) of uit vlooi en mark, as leenvertaling van Eng. flea market (1922).
Die mark word wsk. so genoem as sinspeling op die grootte daarvan omdat sulke markte informeel en dus dikw. kleinerig is.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

vlooienmarkt (vert. van Frans marché aux puces)
Hosted by Meertens Instituut