Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vitamine - (onmisbare voedingsstof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vitamine zn. ‘onmisbare voedingsstof’
Nnl. de vitamine, een stof, die voor het onderhoud van het lichaam volstrekt onmisbaar is [1914; Leeuwarder Courant].
Ontleend aan Engels vitamine ‘vitamine’ [1912; OED] (later vitamin), een door de Poolse biochemicus Casimir Funk (1884-1967) geïntroduceerd neologisme, gevormd uit Latijn vīta ‘leven’, zie → vief, en Engels amine ‘soort organische verbinding met NH2-groep’. Amine is gevormd uit de beginlettergreep van → ammoniak (NH3) en het achtervoegsel -ine dat veel in namen van chemische verbindingen gebruikt wordt.
Funk onderzocht en beschreef een voedingsstof die nu bekend staat als thiamine of vitamine B1, en dacht aanvankelijk dat alle vergelijkbare onmisbare voedingsstoffen een NH2-groep bevatten. Later werd dit weerlegd, maar de naam vitamine bleef behouden. In het Engels heeft men later de vorm vitamin zonder slot-e ingevoerd, om onderscheid te maken met de echte aminen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vitamine [voor organisme noodzakelijke stof] {1901-1925} door de ontdekker der vitaminen, de Poolse biochemicus Casimir Funk (1884-1967) gevormd van latijn vita [leven] (vgl. vita) + hoogduits Amin, omdat hij dacht dat het een amine betrof.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vitamine znw. v. o. ‘naam voor stoffen die voor de goede functionnering van het lichaam noodzakelijk zijn’ < ne. vitamin(e), een term die in 1912 door Casimir Funk ingevoerd werd; hij vormde de term van lat. vita en amine, daar hij meende, dat deze stoffen tot de aminen behoorden.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

vitamine s.nw. Ook vitamien.
Voedselbestanddeel wat normale groei en gesondheid bevorder.
Uit Ndl. vitamine (1918).
Ndl. vitamine is 'n afleiding met die chemiese agterv. -amine van Latyn vita 'lewe'.
D. Vitamin (20ste eeu), Eng. vitamin (1912), Fr. vitamine.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vitamine ‘voor organisme noodzakelijke stof’ -> Indonesisch vitamin ‘voor organisme noodzakelijke stof’; Jakartaans-Maleis pitamin ‘voor organisme noodzakelijke stof’; Madoerees vitamin ‘voor organisme noodzakelijke stof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vitamine voor organisme noodzakelijke stof 1918 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut