Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

visotter - (marterachtige)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

visotter [de gewone otter] {1781} het eerste lid is visse [bunzing].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

vis’otter (de, -s), (niet alg.) naam voor de twee Surinaamse ottersoorten, de grote, AN reuzenotter (Pteronura brasiliensis), en de kleine (Lutra enudris). Onze watradagoe* (visotter) is de grootste van alle ottersoorten (± 1.80 m) (Vermeulen 80). - Etym.: AN v. = de o.m. in Ned. voorkomende ottersoort (Lutra lutra). - Opm.: Bij Vermeulen deze naam alleen voor de grote soort. - Syn. ook waterhond*; van de kleine ook zwampotter*.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

visotter* marterachtige 1781 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut