Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

viscositeit - (kleverigheid)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

viscositeit [kleverigheid] {viscositeyt [glibberigheid] 1351} < frans viscosité [idem] < middeleeuws latijn viscositatem (4e nv. van viscositas [idem], van viscosus [kleverig], van viscum [maretak, hars daarvan, vogellijm, lijmstok] + -osus [vol van].

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Viscositeit (M.E. Lat. viscósitas = kleverigheid; → visceus). Graad van taaiheid, kleverigheid. Deze naam werd in 1860 voorgesteld door Hagenbach (1833—1910) als naam voor de constante die optreedt bij stromende vloeistoffen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

viscositeit kleverigheid 1832 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut