Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vijver - (waterbekken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vijver zn. ‘waterbekken’
Mnl. vivere, viver in de toenaam van woutre vandevivere ‘Wouter van de Vijver’ [1212-23; VMNW], ‘visvijver’ in be desside den viuere ‘aan deze kant van de vijver’ [1291; VMNW], de brugghe up de hoye an scepenen viver ‘de brug naar het weiland bij de schepenenvijver’ [1336-39; MNW]; vnnl. vijver ‘aangelegd waterbekken’ [1599; WNT].
Ontleend aan Oudfrans viver [ca. 1138; Rey], Frans vivier ‘visvijver’ [ca. 1140; TLF], ontwikkeld uit Latijn vīvārium ‘plaats waar levende dieren worden gehouden’, een afleiding van vīvere ‘leven’, zie → vief.
Mnl. wier ‘vijver’ [1240; VMNW], vandaar de familienaam Van de Wijer, en wuwer ‘vijver’ in bijv. ouer den wwere op dindelbergh ‘langs de vijver bij Dindelberg’ [1282-1300; VMNW], vandaar de familienaam Van de Wouwer, zijn rechtstreeks aan Latijn vīvārium ontleend, toen de v nog [w] luidde: wiwariu-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vijver [waterbekken] {viver(e) [stilstaand water, poel] 1336-1339} < oudfrans vivier < latijn vivarium [bewaarplaats voor levende dieren, menagerie, aquarium, visvijver], van het ww. vivere [leven, in leven blijven] (vgl. vivo).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vijver znw. m., mnl. vîvere, vîver m. < fra. vivier < lat. vīvārium, dat reeds in de Romeinse tijd ontleend werd als mnl. wîer, wûwer(e), wouwer (vgl. de plaatsnaam Wijer bij Verviers), ohd. wīwāri, wiāri (nhd. weiher).

Het lat. woord, afgeleid van vīvus ‘levend’, had een ruimere bet. dan alleen ‘visvijver’, immers in het algemeen ‘plaats waar levende dieren gehouden werden’, vgl. reeds in de 2de eeuw vīvārium als de naam voor de berenkuil te Keulen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vijver znw., mnl. vîver o. Uit fr. vivier “id.”. Een oudere ontl. uit het grondwoord lat. vîvârium “vischvijver” (ook “diergaarde”) is mnl. (nog dial.) wîer, wûwer(e), wouwer, ohd. wîwâri, wiâri (nhd. weiher) m. “vijver, vischvijver” met w uit lat. v (vgl. wijn). Aan vîvârium is later ook eng. vivary “id.” ontleend.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

vijver. “Mnl. vîver o.”, lees: “Mnl. vîver(e) m.”

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vijver m., Mnl. vivere, uit Fr. vivier, van Lat. vivarium (van waar Hgd. weiher) = dierentuin, vischvijver, zooveel als bewaarplaats voor levende dieren, met suffix -arium dat de plaats aanduidt, van vivus = levend (z. kwik).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

vywer s.nw.
Ingemesselde waterpoel in 'n tuin of park.
Uit Ndl. vijver (1649). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm fywer.
Ndl. vijver uit Oudfrans vivier uit Latyn vivarium 'plek waar lewende diere gehou word', met lg. van die ww. vivere 'lewe' van vivus 'lewend'.
Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1959).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

vijver (Oudfrans vivier)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vijver van ’t Lat. vivarium = bewaarplaats van levende dieren (vivus = levend).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vijver ‘waterbekken’ -> Papiaments † vijver, vyver ‘waterbekken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vijver waterbekken 1336-1339 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut