Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

veulen - (jong van hoefdieren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

veulen zn. ‘jong van hoefdieren’
Mnl. volin, volen ‘veulen’ in iiij parde ende en voelen ‘vier paarden en een veulen’ [1299; VMNW]; vnnl. veulen [1573; Thes.].
Daarnaast zonder achtervoegsel: onl. *folo ‘veulen’ in de gelatiniseerde glosse marsolem (lees marfolem, voor het eerste lid zie → merrie) [8e eeuw; LS], en verder alleen in toponiemen, bijv. Fulnaho ‘Vollenhove (Overijssel)’, letterlijk ‘veulen-hoogte’ [944, kopie 1151-1200; Künzel], Uolensela ‘Vollezele (Brabant BE)’, letterlijk ‘veulenzaal’ [1117; Gysseling 1960] (met n van de genitief mv.); mnl. vole in dandre up houden hare uole ‘de andere (merries) brengen haar veulen groot’ [1287; VMNW]; nnl. (Noord-Holland, Groningen) vool.
Os. fulīn (mnd. völlen); ohd. fulīn (nhd. Füllen); alle ‘veulen’, < pgm. *fulīna- (o.).
West-Germaanse afleiding met verkleiningsachtervoegsel en daardoor umlaut van pgm. *fulan- (m.) ‘veulen’; os. folo (mnd. vole(n)); ohd. folo (mhd. vole, nhd. Fohlen o.i.v. Füllen); ofri. fola (nfri. fôle, foalle); oe. fola (ne. foal); on. foli (nzw. fåle); got. fula. Daarnaast staat een afleiding *ful-ja- ‘veulen’, waaruit: ohd. fuli; on. fyl (nzw. föl).
Verwant met: Grieks pṓlos ‘veulen’; Albanees pelë ‘merrie’; < pie. *plH-, *polH- (IEW 843).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

veulen* [jong paard] {in de plaatsnaam Fulnaho, nu Vollenhove (Overijssel) <944>, vuelen, voelen 1299} middelnederduits volen, oudhoogduits fulin (met achtervoegsel -ina) en oudsaksisch, oudhoogduits folo, oudfries fola, oudnoors foli, gotisch fula (m.); buiten het germ. grieks pōlos [veulen], latijn pullus [jong dier].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

veulen znw. o., mnl. vōlen, vuelen, voelen (= vȫlen), vōlijn, mnd. vōlen, ohd. fulīn, fulī (nhd. füllen) < fulīna, gevormd met hetzelfde suffix als kieken, zwijn van *fulan: mnl. vōle, vool (nog dial. Noord-Holl., Friesl., Gron., Tolen en West-Vla. kust), os. ohd. folo m. (nhd. fohlen o.), ofri. fola m., oe. fola (ne. foal), on. foli, got. fula m., daarnaast on. fyl (< *fulja-) ‘veulen’. — gr. põlos ‘veulen’, alb. pelë, pēlë ‘merrie’, lat. pullus (< *puts-lo) ‘jong van een dier’, lit. putýtis ‘jong dier, jonge vogel’ die men verbindt met idg. *pōu . pū̆ ‘klein, weinig’, vgl. ohd. fao, ‘weinig’, os. , oe. fēa (ne. few), on. fār, got. fawai mv. ‘weinig’ en lat. paucus ‘weinig’, pauper ‘arm’, paulus ‘klein, weinig’, gr. paũros ‘klein, gering’ (lat. parvos) (IEW 842-843).

Heeroma, Holl. Dial. Stud. 1935, 125-6 en kaart 27 wijst er op, dat de vorm vool in Zuid-Holland door veulen, dat uit het Z. kwam, teruggedrongen is, maar dan weer onder invloed kwam van het uit het O. komende vullen (behalve de kuststrook); ook in het NO is vool door vul teruggedrongen (vgl. nog W. Pée, Fryske Studzjes, Feestb. J. H. Brouwer, 1960, 41-46. — Zie verder de dialectkaart van te Nuyl-van der Maesen, Taalatlas Afl. 1, 5). — Op de Zuidholl. en Zeeuwse eilanden en in West Vla. heerst het woord kachel 2.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

veulen znw. o., mnl. vōlen, vȫlen, -ijn o. = ohd. fulî(n) (nhd. füllen), mnd. vōlen o. “veulen”. Met hetzelfde suffix -îna-, dat ook in kieken, zwijn, ohd. geiʒʒîn, ags. gæ̑ten, got. gaitein o. “geitje” en on. yxin o. “os” (: oxi, uxi m. “id.”) voorkomt, gevormd van ohd. os. folo m. (nhd. fohlen o.), mnl. vōle, vool (nog dial. vool: wfri. Zaansch), ags. fola (eng. foal), on. foli, got. fula m. “veulen”, waarnaast on. fyl (*fulja-) o. “id.”. Niet te scheiden van gr. pōlos “id.”. Als dit terecht uit *póϝalos verklaard is, komen germ. *fulan- en dit gr. woord van de basis pū̆-, waarvan o.a. ook kymr. wyr “kleinzoon, kleindochter”, lat. pullus “jong, jong dier” *pû-lo?), puer, gr. país (paϝís) “kind, knaap”, ksl. pŭta, obg. pŭtica “vogel”, lit. putýtis “jong dier, jonge vogel”, oi. pŏta- “dierjong” worden afgeleid. Minder wsch. is de combinatie van veulen en gr. pōlos; met alb. pjeł “ik breng voort”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

veulen. Bij ohd. os. folo.. enz. adde: ofri. fola m. ‘id.’
Kymr. wyr ‘kleinzoon, kleindochter’ wordt ook wel als ontl. uit het Lat. (hêrês ‘erfgenaam’) beschouwd.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

veulen o., Mnl. volen + Ohd. fulîn (Mhd. vülîn, Nhd. füllen), gelijk Ohd. fuli en fulihha: afleid. van Mnl. vole, Os. folo + Ohd. id. (Mhd. vole, Nhd. fohlen), Ags. fola (Eng. foal), On. foli, Go. fula + Skr. potas = dierjong, Gr. põlos = jong paard, Lat. puer = kind, pullus, Lit. pytatis = jong dier.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

veule (zn.) veulen; Aajdnederlands folo <701-800>.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

vul I: s.nw. en ww. (lg. i. Afr. na d. s.nw. gevorm, soos ook kalf en lam), jong perd; lewe gee aan ’n vul; Ndl. veulen (Mnl. volen/veulen, met suf. -en uit ouer -ina, naas vōle/vool, dial. Ndl. vul(le), v. Kloe HGA 92), Hd. fohlen/füllen, Eng. foal en filly, hou verb. m. Lat. puer, “seun”, puella, “meisie” en pullus, “jong dier” (vgl. Eng. pullet) en m. Gr. pais, “knaap, seun”, en Gr. pōlos, “dogter; seun; vul”, hierby ww. Ndl. veulenen, Hd. fohlen; v. ook Scho TWK/NR 7, 2, p. 35 en lRo T DLT 268.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Veulen, Germ. fulon, Idg. pelon; Gr. poolos = jong paard.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

veulen* jong paard 0701-800 [Lex Salica]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut