Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vet - (in pejoratieve samenstellingen)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

vetbalg, vetbast, vetbobbel, vetbol, vetbult, vetkledder, vetklep, vetklomp, vetkop, vetkwab, vetlel, vetlummel, vetpens, vetvlek, vetzak: erg dik persoon. Weinig frequent is vetso: turbotaal (vet + o-uitgang) en een verbastering van het Engelse fatso*.

‘Kan je ook niet slapen, kleine vetbobbel?’ vroeg Boonestaak vriendelijk… (A.M. de Jong, De wereldreis van Bulletje en Boonestaak. Ongedateerd, 1923-1924)
Verbeel je maar niks met heel je drukte, vetvlek! (Willem van Iependaal, Lord Zeepsop, 1937)
Wanneer hij die woede op haar beloop liet, wanneer hij die ellendige vetzak met zijn honende grijns en zijn varkensogen van de vlonder trapte… (Jan de Hartog, Gods Geuzen, 1947-1949)

vetkaan, vetkees, vetnek, vetpoes: (soldatentaal) onzindelijk man; zeer slordig persoon. Bij de infanterie een populaire term. Sedert ca. 1860 (zie Van Dam). Een vetkaan is een uitgebraden stuk vet. Vetnek wordt vooral bij de marine gebruikt.

Wij zullen jou leeren, waarvoor jij een geweer gekregen hebt, vetkees! (Het Vaderland, 24/08/1928)
‘Kijk uit, vetkaan,’ zei Jan effen. (Jan Mens, Er wacht een haven, 1950)

vetweider, vetweier: (Leiden) erg dik persoon (kan zowel op een vrouw als op een man slaan). Gewestelijk is vetweider ook een spotnaam voor ‘een rooms-katholieke geestelijke’.

Ik schatte hem op een goeie 120 kilo. ‘Klopt’, riep hij vrolijk. ‘Honderd en twintig, schoon aan de haak.’ Een vetweier wordt zo’n dikkerd in Leiden en omgeving genoemd. Sommige mannen menen dat het woord alleen maar gebruikt wordt voor dikke, wat slonzig uitziende vrouwen, terwijl vrouwen er juist van overtuigd zijn dat alleen mannen vetweiers kunnen zijn. Een vetweider of vetweier is eigenlijk een koe die in de wei zich lekker vol kan eten om dik te worden. Een slachtkoe, dus. ‘Men houdt een Koe met zware vleezige ronde billen voor minder welgemaakt en zelfs slechte Melkgevers en Vetweiders’, schrijft de Leidse (!) hoogleraar Le Francq van Berkhey in 1805. (Hans Heestermans in het Leidsch Dagblad, 17/08/2001)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vet ‘dik’ -> Indonesisch vét ‘dikgedrukt (van letters)’; Menadonees vèt ‘dik’; Negerhollands vet, fet ‘dik’; Berbice-Nederlands fete ‘dik’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut