Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verwelken - (verflensen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verwelken* [verflensen] {1351-1400} van ver- + welken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verwelken ww., mnl. verwelken, mnd. vorwelken ‘verwelken, verdorren; wegkwijnen’. — Afl. van welken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

welken ww., mnl. welken. = ohd. wëlkên, wëlchên (nhd. welken), mnd. meng. wëlken (eng. to welk) “welken”. Van mnl. welc (door Kil. “vetus” genoemd) “verwelkt, slap”, ohd. wëlc, wëlch “id., lauw, vochtig” (nhd. welk), mnd. wëlk “verwelkt, verdord”. De oorspr. bet. is “vochtig”: voor verwanten zie wolk.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

verwelken. Reeds mnl. mnd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

verwelk ww.
Verdor, verlep.
Uit Ndl. verwelken (al Mnl.), 'n afleiding met ver- van welken, met lg. van welk (Mnl. welc) 'slap'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm ferwelk.
D. verwelken.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verwelken* verflensen 1351-1400 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut