Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vertoog - (betoog, verhandeling)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vertoog* [betoog, verhandeling] {vertooch [het tonen van iets, openbaring] 1440; de betekenis ‘betoog’ 1517} van ver- + togen2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vertoog znw. o., door Kiliaen als Fland. gekenmerkt; mnl. vertooch bet. ‘het laten zien; het zich vertonen; uiterlijk’, maar vgl. vertōghen ‘tonen, openbaren; mededelen, openbaar maken’. — Zie verder: tonen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vertoog znw. o., door Kil. “Flandr.” genoemd, mnl. = “het (zich) vertoonen”. Van mnl. vertôghen, Kil. vertooghen (“Flandr.”) “aantoonen, demonstreeren”, een ook mnd. ww. Zie tonen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

vertoog s.nw. (gewoonlik in die mv. vertoë, gevolg deur rig)
1. Versoek, pleidooi. 2. Verhandeling. 3. Beswaar, protes.
Uit Ndl. vertooch (1517 in bet. 1, 1651 in bet. 2, 1780 in bet. 3). Mnl. vertooch 'toon, vertoon, openbaring' het totale betekenisverandering ondergaan. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm fertoog.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal