Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verschalken - ((door list) vangen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verschalken* [(door list) vangen] {1320 in de betekenis ‘tot dienstbaarheid brengen, slecht maken, in slimheid overtreffen, erin laten lopen’} van schalk1.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

verschalken o.w., Mnl. verscalken, verschelken + Ohd. scalchen (Mhd. schalken, schelken, Nhd. schalken): van schalk o.a. = die poetsen speelt.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Schalk bet. eig. dienstman, lijfeigene; in ’t Mnl. werd het ook als bijv.nw. gebruikt voor slaafsch, gemeen, laag, bedriegelijk, listig; vgl.: „Den roden scalc” (= bedrieger, n.1. Reintje de Vos); en iemand verschalken; waaruit later de meer gunstige bet. van grappenmaker ontstond. Vgl.: „je bent een schelm”; zie ook: Maarschalk.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verschalken* (door list) vangen 1320 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut