Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vers - (dichtregel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vers 1 zn. ‘dichtregel; couplet; gedicht’
Onl. that eriste uers ‘het eerste vers (uit het Hooglied)’ [ca. 1100; Will.]; mnl. vers ‘gedeelte van een psalm of geestelijk lied’ in diet cunnen sullen aldus beginnen hare mattinen; domine labia mea. dat uers ute ‘degenen die het kunnen, moeten de metten zo beginnen: (met de psalm) Domine labia mea, tot het einde van het vers’ [1236; VMNW], ‘(wereldlijk) gedicht’ in Veerse, die ter werelt smaken ‘gedichten die bij de mensen in de smaak vallen’ [1300-50; MNW-R]; vnnl. vers ‘klein tekstgedeelte’ in elck Vers t'elcken van eenen nieuwen regel beginnende ‘elk (bijbel)vers telkens op een nieuwe regel beginnend’ [1592; iWNT].
Ontleend, in latere betekenissen ook via Frans vers ‘lyrisch lied’ [ca. 1164; Rey], eerder al ‘ritmische basiseenheid’ [ca. 1138; Rey], aan middeleeuws en christelijk Latijn versus ‘draai, vers (in de liturgie), regel, lied, korte passage’, een voortzetting van Latijn versus ‘rij, regel, vers, draai, vore’, afgeleid van vertere ‘keren’, zie → versie.
Aanvankelijk had het woord vooral betrekking op gedeelten van psalmen en andere geestelijke liederen, en bij uitbreiding later ook op wereldlijke gedichten. De betekenis ‘korte passage in proza’ is in het middeleeuws Latijn al in de 14e eeuw bekend (Fuchs), maar in het Nederlands pas sinds de 16e eeuw, nadat de Bijbel in 1488 (Oude Testament) en 1551 (Nieuwe Testament) in verzen verdeeld was. Buiten de Bijbel is deze betekenis ongebruikelijk gebleven.
versvoet zn. ‘versmaat’. Nnl. versvoeten ‘versmaten’ [1824; Bilderdijk]. Samenstelling van vers en → voet, als leenvertaling van Frans pied de vers (ook wel pied du vers) ‘versvoet’ [1706; Fourmont]. Zo ook Duits Versfuß [ca. 1800].
Lit.: W. Bilderdijk (1824), Taal- en dichtkundige verscheidenheden, dl. 2. Rotterdam, 121; É. Fourmont (1706), Les racines de la langue latine, Parijs, 45

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vers1 [dichtregel] {ve(e)rs, vaers 1236} < frans vers < latijn versus [oorspr. het omwenden, dan: wending in de dans, rij, regel, versregel], van vertere (verl. deelw. versum) [keren, wenden].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vers 1 znw. o., mnl. vers, veers, vaers, evenals mnd. vers, ohd. vers, fers o. m. (nhd. vers m.), ofri. oe. fers, on. vers < lat. versus eig. ‘vore in akker’ (afl. van verrere ‘slepen’), maar dan gebruikt als versus metricus ‘versregel’. — Een relatief late ontlening (blijkens de overname van lat. v niet als w (zoals in wijn), maar als v, f), reeds in de 8ste eeuw overgeleverd.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vers znw. o., mnl. vers, veers, vaers o. = ohd. vërs, fërs o. m. (nhd. vers m.), mnd. vërs o., ofri. ags. fërs o., on. vërs o. “vers”. Uit lat. versus “id.”, maar telkens weer beïnvloed door het lat. woord resp. fr. vers. Van dit laatste eng. verse.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vers o., Mnl. id., gelijk Hgd. vers, Eng. verse, Fr. vers, uit Lat. versum (-us) = voor, streep, reeks, van verrere: z. war.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1vers s.nw.
1. Gedig. 2. Genommerde stuk van 'n teks. 3. Digreël. 4. Digvorm. 5. Strofe.
Uit Ndl. vers (al Mnl. in bet. 1, 1512 in bet. 2, 1565 in bet. 3, 1610 in bet. 4, 1778 in bet. 5).
Ndl. vers uit Fr. vers (12de eeu) of Latyn versus 'versreël, gedig, omwending, wending, bv. in 'n dans of aan die einde van 'n versreël, ploegvore in 'n akker' en kan verband hou met Latyn vertere 'omdraai, terugkeer' of verrere 'sleep'.
D. Vers (9de eeu), Eng. verse (900 in bet. 3).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

vers I: digreël; gedig; deel v. gedig; deel v. hfst. uit d. Bybel; Ndl. vers (Mnl. ve(e)rs/vaers), Hd. vers, Fr. vers (wu. Eng. verse), uit Lat. versus, “versreël; gedig”, hou verb. m. Lat. ww. vertere, “omdraai, terugkeer” (d.w.s. omdraai aan end v. versreël).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

vers ‘dichtregel’ (Latijn versus); (blanke verzen) (vert. van Engels blank verses)

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Titel met hoofdstuk- en versnummer, bijvoorbeeld Regeerakkoord 18, vers 4 (zie hieronder), verwijzing in de vorm van een verwijzing naar een bijbeltekst, gebruikt als men de onfeilbaarheid of het belang van een tekst wil benadrukken.

Dit is een parodie op het verwijzen naar een tekst in de bijbel. Het dikke boekwerk dat de bijbel is, is opgebouwd uit een groot aantal verschillende boeken, die alle uit een aantal hoofdstukken bestaan. Die hoofdstukken zijn op hun beurt onderverdeeld in verzen. Dit is gedaan om gemakkelijker over de tekst te kunnen schrijven en spreken. De verdeling in boeken bestaat al sinds de samenstelling van de bijbel maar de huidige hoofdstukindeling stamt uit de twaalfde eeuw en de verdeling in verzen uit de zestiende eeuw. Als een schrijver of spreker (een dominee of pastoor bijvoorbeeld) naar een bepaalde bijbeltekst verwijst, noemt hij gewoonlijk de titel van het boek, dan het hoofdstuknummer, gevolgd door vers en het versnummer. Een voorbeeld: het verhaal over de eerste wonderbare spijziging begint in Matteüs 14 vers 13. Deze structuur wordt ook wel, soms met enige spot, gebruikt bij het verwijzen naar andere teksten waarvan men duidelijk wil maken dat ze heel belangrijk voor iemand zijn en beschouwd worden als onfeilbaar.

Er is een brief van ma gekomen deze morgen, ze preekt weer Gerrit de Veer één vers één. (J. van Dorp-Ypma, Dominee in Laodicea, z.j., p. 151)
'We nemen [in de vergaderingen van het kabinet Lubbers] toch nog altijd kennis van wat het regeeraccoord over een bepaald punt heeft gezegd.' Echt op de wijze van: we nemen vóór ons regeerakkoord 18, vers 4? 'Kijk, het betekent niet dat daarmee het laatste woord gezegd is.' (J. van Tijn en M. van Weezel, Inzake het kabinet-Lubbers, 1986, p.63)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vers, van ’t Lat. versus = versregel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vers ‘dichtregel, couplet, gedicht’ -> Negerhollands vaers ‘dichtregel’; Papiaments † vèrshe, vers ‘dichtregel’; Sranantongo fersi ‘gedicht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vers dichtregel 1100 [Willeram] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut