Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verrekken - (lichaamsdeel ontwrichten)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verrekken [sterven] {1779} < hoogduits verrecken, van ver- + recken [rekken], oorspr. gezegd van stervende dieren die de poten krampachtig uitstrekken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verrekken ww. ‘ontwrichten; sterven (plat)’, mnl. verrecken ‘oprekken van laken, (intrans.) door rekken van elkaar gaan’. — De bet. ‘doodgaan’, vinden wij in het nhd. der 17de eeuw van stervende dieren gezegd, eig. ‘sterven terwijl de ledematen stijf uitgestrekt worden’; het nl. woord is waarschijnlijk uit het hd. overgenomen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

verrèkke (ww.) verrekken, doodvallen; Nuinederlands verrekken <1779> < Duits verrecken.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

4vrek ww.
1. (t.o.v. diere) Doodgaan. 2. (plat; t.o.v. mense) Doodgaan.
Uit Ndl. verrekken (1779 in bet. 1). Ndl. verrekken beteken oorspr. en in die eerste plek 'verrek', maar verkry die bet. 'vrek' n.a.v. die stuiptrekkende ledemate van diere wat besig is om te vrek. Eerste optekening in vroeë Afr. in 1752 in die vorm verreecken (Scholtz 1965: 202), waarna in Afr. by Changuion (1844) in die vorm vrekken.
D. verrecken (10de eeu). Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1913).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

vrek II: ww., verwensing (t.o.v. mense); doodgaan (v. diere); Ndl. verrekken, (plat v.) “sterf”, so o.a. by Bog 477, by Scho TWK/NR 7, 2, p. 35 m. aanh. uit tweede helfte 18e eeu, ook by Duminy (Frank TB 172) en by Trig (lRo T DLT 267), Hd. verrecken; hierby afl. vrekte en bw. vrek, bv. in verbg. vrek ver, “baie ver”; v. Kem WFA 450 en 458 oor vreksel en vrekte.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

verrekken (Duits verrecken)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

verrekken. Vanaf het einde van de 19de eeuw wordt verrek! gebruikt als verwensing. De oorspronkelijke betekenis ervan sluit aan bij die van ‘uitrekken; te sterk (uit)rekken, overrekken; door te sterk (uit)rekken beschadigen of bezeren’. Als verwensing is de betekenis versterkt tot ‘val dood, sterf!’ Dat ie verrekt! geeft uitdrukking aan een wens of verlangen van de spreker. Zo ook je kunt om mij verrekken ‘bekijk het maar, je kunt mij wat’. Meestal wordt om mij weggelaten. In West-Brabant komt voor je kunt rechtop verrekken! Deze laatste verwensing drukt afkeer en onverschilligheid uit. → kunnen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verrekken ‘lichaamsdeel ontwrichten; barsten, sterven’ -> Zuid-Afrikaans-Engels vrek, freck ‘sterven, creperen’ ; Papiaments ferèk, vèrèk ‘lichaamsdeel ontwrichten’; Sranantongo frèk ‘barsten, sterven’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verrekken* lichaamsdeel ontwrichten 1562 [WNT]

verrekken sterven 1779 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut