Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verraden - (trouweloos handelen jegens; verklappen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

verraden ww. ‘trouweloos handelen jegens; verklappen’
Onl. farrādan ‘(iemand) in het verderf storten, ten val brengen’ in thaz er uon archelao ne wurthe uerraden ‘opdat hij door Archilaüs niet ten val zou worden gebracht’ [1151-1200; Reimbibel]; mnl. verraden ‘verklappen, informatie over iets of iemand geven aan de vijand; uitleveren’ [1240; Bern.], in Verraden ende ter crucen brocht ‘verraden en aan het kruis gebracht’, Dan hi verraden soude tland ‘dan dat hij zijn land zou prijsgeven’, Aldus heft hijt al verraden ‘op die manier heeft hij alles verklapt’ [alle 1285; VMNW]; vnnl. verraden ‘(een geheim o.i.d.) verklappen’ [1599; Kil.].
Afleiding met het voorvoegsel → ver- (sub c) van mnl. raden in de betekenis ‘beramen, overleggen, beraadslagen’ en ‘adviseren’, zie → raden, waarbij het voorvoegsel de betekenis ‘vernietiging, beschadiging’ toevoegt, als in verbranden, vernietigen e.d.
Mnd. vorraden; ohd. firrātan (nhd. verraten); oe. forrǣdan; ofri. forrēda, urrēda (nfri. ferriede).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verraden* [verklappen, trouweloos handelen] {1201-1250 in de betekenis ‘door slechte raad iem. ergens toe brengen, verraden’} middelnederduits vorraden, oudhoogduits firratan, oudengels forrædan.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verraden ww., mnl. verrâden ‘valse raad geven, verraden’, mnd. vorrāden, ohd. firrātan (nhd. verraten), ofri. ūrrēda, oe. forrædan (on. forrāða < mnd.). Een samenstelling van raden, mogelijk in de bet. ‘overleggen, beramen’.

Van Ginneken TTL 12, 1924, 11 denkt, dat het verraad van Judas grote invloed op de bet. ontw. zou hebben gehad.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

verraden ww., mnl. verrâden. Met de bet. “verraden, verraad plegen tegen” reeds ohd. firrâtan (nhd. verraten), mnd. vorrâden, ofri. ûrrêda, ags. forræ̑dan, laat-on. forrâða. Wsch. moeten we van germ. *rêðanan (raden) niet met de bet. “raden”, maar “overleggen, beramen” uitgaan.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

verraden. Zie nog over mogelijke bet.-ontw. van dit woord Van Ginneken TTL. 12, 11 vlg., die – meer verrassend dan overtuigend – een grote invloed op de bet. van het ww. in oud- en middelgerm. talen toekent aan het verraad van Judas.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

verraden o.w., Mnl. id. + Ohd. firrâtan (Mhd. verrâten, Nhd. id.) = misraden, door zijn raad bedriegen; cf. Mnl. beraden = door zijn raad verschaffen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

verraoje (ww.) verraden; Vreugmiddelnederlands verraden <1240>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

verraai ww.
1. Sonder trou in die hande van die vyand speel. 2. 'n Geheim verklap. 3. Laat blyk.
Uit Ndl. verraden (al Mnl. in bet. 1, 1599 in bet. 2, 1784 in bet. 3).
D. verraten (9de eeu).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

verraai: geheim verklap; troueloos handel; Ndl. verraden (Mnl. verrāden) uit ver- + raden, in bet. “oorlê” (ong. = “verkeerd bedink”), Hd. verraten.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Verraden: verkeerd raden (vgl. vergissen), dus eig.: een valschen raad geven; later: valsch handelen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verraden ‘verklappen, trouweloos handelen’ -> Deens forråde ‘trouweloos handelen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors forråde ‘trouweloos handelen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds förråda ‘trouweloos handelen’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands verraad, verraet ‘verklappen, trouweloos handelen’; Papiaments † verrade, verraai ‘verlinken, trouweloos handelen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verraden* verklappen, trouweloos handelen 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut