Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

veroveren - (bemachtigen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

veroveren ww. ‘bemachtigen’
Mnl. veroveren ‘overhouden’ in daer onse stad an veroverde van elker tunnen 2 bra. ‘waar onze stad van elke ton twee Brabantse (stuivers) aan overhield’ [1385; MNW]; vnnl. ook wederkerig ‘zichzelf overhouden, overleven’ in tegen u allen en can ic mi niet veroveren ‘tegen u allen kan ik geen standhouden’ [1508; MNW-P] ‘met geweld bemachtigen’ in vander veroeuerde buete [1526; Liesveldtbijbel, Hebr. 7A].
In de Middelnederlandse betekenis ‘overhouden’ wrsch. afgeleid met het voorvoegsel → ver- (sub d) van het werkwoord overen ‘over blijven, resteren’ [1327; MNW], dat is afgeleid van het bijwoord → over. Deze betekenis raakte al in het Vroegnieuwnederlands verouderd. De huidige betekenis ‘met geweld bemachtigen’ kan hieruit zijn ontwikkeld, maar dat lijkt nogal vergezocht. Wrsch. is deze betekenis ontleend, of in elk geval sterk beïnvloed, door Duits erobern ‘veroveren’ bij het bn. ober ‘bovenste, superieur’ (reeds Oudhoogduits gi-obarōn ‘overwinnen’ bij het bn. obaro, oorspr. een comparatief). Afleiding in het Nederlands met → ver- (sub e) van het bijwoord → over is minder waarschijnlijk, aangezien ver- gewoonlijk niet met bijwoorden combineert en de betekenis van over te sterk afwijkt.
Ook mnd. voroveren ‘veroveren’. Een vergelijkbare afleiding is Latijn superāre ‘overwinnen’ bij het voorzetsel super ‘boven, over’.
Ohd. obaro (nhd. ober) < pgm. *ufara- is verwant met, maar niet hetzelfde woord als → over, dat correspondeert met nhd. über < pgm. *uberi-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

veroveren* [bemachtigen] {1385 in de betekenis ‘over zijn, overhouden, vervolgens ook: overmeesteren’} middelnederduits voroveren, vgl. oudhoogduits giobarōn; van ver- (vgl. ver-) + overen [overschieten], van over, als latijn superare [overwinnen], van super [boven, over] (vgl. super-).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

veroveren ww. mnl. verōveren ‘overschieten; overhouden’ (laat ‘veroveren’), mnd. vorōveren, ohd. giobarōn (nhd. erobern ‘veroveren’; wat de bet. aangaat vgl. lat. superāre ‘overwinnen’ van super ‘over’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

veroveren ww. In de bet. “veroveren” resp. “overwinnen” nog niet mnl.; wel ohd. giobarôn (laat-mhd. nhd. erobern), mnd. vorōveren. Van over. Vgl. lat. superâre “overwinnen” van super “over”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

veroveren, vereuveren ww.: vooruitgaan (fysiek of psychisch, in fortuin, positie). Afl. van over ‘boven’. Ook Wvl. veroveren, vereuveren ‘opklimmen, promoveren’. Vgl. veropperen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

veroveren ‘bemachtigen’ -> Fries feroverje ‘bemachtigen’; Zweeds erövra ‘bemachtigen’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

veroveren* bemachtigen 1526 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut