Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vernachelen - (beetnemen; verprutsen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vernachelen ww. (NN) ‘beetnemen; verprutsen’
Nnl. vernaggelen, vernachelen ‘beetnemen, voor de gek houden’ in alle piendere vinding om de gladde klanten onder het water te vernaggelen ‘alle slimme listen om de gladde klanten (nl. vissen) onder water beet te nemen’ [1910; iWNT], dat - als Boy hem vernachelen wilde - hij dan vroeger bij de hand moest wezen [1913; iWNT], “stukmaken (door er steeds mee te prutsen)” [1992; Van Dale].
Oorspr. een Bargoens woord, waarvan de herkomst onduidelijk is. Mogelijk gaat het via het Jiddisch terug op een Hebreeuws nomen agentis naxlān ‘bedrog’ bij het werkwoord nāxal ‘onbetrouwbaar sluw zijn’, nīxēl ‘bedriegen, misleiden’. Verwachte tussenvormen zijn dan wellicht *(ver)nachlenen en (door haplologie) *vernachlen. Endt (1972) veronderstelt dat het woord is afgeleid van → nagel ‘spijker’, en vergelijkt Rotwelsch nageln (1862) ‘neuken’; de betekenisverschuiving is dan vergelijkbaar met die van verneuken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vernachelen* [beetnemen] {1901-1925} misschien van nagel [nagel, spijker, pen]; in het rotwelsch betekent nageln neuken, vgl. nederlands pennen; de betekenisontwikkeling is dus te vergelijken met die van neuken, verneuken.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

vernachelen, vernaggelen, vernoggelen. De letterlijke betekenis van deze werkwoorden is ‘verneuken, beetnemen, belazeren’. Als wij in Kluivenduikers Doedeldans [1937] van Willem van Iependaal stuiten op mag ik op staande voet vernaggele!, dan hebben wij te maken met een zelfverwensing. Een bovennatuurlijke kracht werd aangeroepen om op staande voet te straffen, als men de waarheid niet sprak. Meineed en ander oneigenlijk gebruik maken de wens tot vloek en uitroep van verontwaardiging. De gewone vorm is ik mag vernachelen als het niet waar is!godzalmevernachelen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vernachelen* beetnemen 1910 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal