Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vermoeden - (veronderstellen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vermoeden* [veronderstellen] {1254} van mo(e)den [denken, vermoeden], van moede [wil, wens].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vermoeden ww., mnl. vermoeden (ook refl.), mnd. vermōden ‘vermoeden, argwaan hebben, begeren, aanspraak maken’, nhd. vermuten ‘vermoeden’ (bij Luther refl.), ofri. formōdia ‘vermoeden’, is een samenstelling van mnl. moeden ‘vermoeden, menen, verwachten’, mnd. mōden, ohd. muotōn ‘vermoeden’ en mnd. mōdigen, oe. mōdigian ‘trots zijn’. — Afl. van moed. — Vgl. nog os. farmōdian ‘verachten’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vermoeden ww., mnl. vermoeden (ook refl.). = nhd. vermuten “vermoeden”, bij Luther refl., mnd. vormôden (ook refl.) “vermoeden, argwaan hebben, begeeren, aanspraak maken”, ofri. formôdia “vermoeden”. Samenst. van mnl. moeden “vermoeden, meenen, verwachten” = ohd. muotôn “verlangen”, mnd. môden “id., vermoeden”, ook “trotsch zijn” evenals môdigen, ags. môdigian.Van moed. Os. met afwijkenden vorm en bet. far-môdîan “minachten”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vermoeden o.w., Mnl. id. + Hgd. vermuten: van moed in het bet. gemoed.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

vermoed ww.
1. Voorgevoel hê, veronderstel, raai. 2. Verwag, bedag wees op.
Uit Ndl. vermoeden (1504 in bet. 1, 1506 in bet. 2).
D. vermuten (16de eeu).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

vermoed: ww., “veronderstel”; s.nw. vermoede, “veronderstelling”; Ndl. s.nw. en ww. vermoeden (Mnl. vermoeden), Hd. vermuten, hou verb. m. Mnl. moeden, “dink, meen; vermoed; verwag”.

vermoed: ww., “veronderstel”; s.nw. vermoede, “veronderstelling”; Ndl. s.nw. en ww. vermoeden (Mnl. vermoeden), Hd. vermuten, hou verb. m. Mnl. moeden, “dink, meen; vermoed; verwag”.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vermoeden, van ’t Mnl. moeden, afl. van moed = gezindheid; zie Deemoed.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vermoeden ‘veronderstellen, waarschijnlijk achten’ -> Deens formode ‘veronderstellen, waarschijnlijk achten’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors formode ‘veronderstellen, waarschijnlijk achten’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds förmoda ‘veronderstellen, waarschijnlijk achten’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vermoeden* veronderstellen 1254 [VMNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut