Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vermeien - (zich)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

vermeien ‘ontspannen, vermaken’
Vroegmiddelnederlands meien ‘zich vermaken’ (in de Wrake van Ragisel, 1260–1280: doe houen si / die magt die cush was ende vri / op des selues ridders part / die dar doet geslegen wart / die met hare was meien comen). Mnl. meyen ‘zich vermaken’ (Dat ic daer wilde gaen meyen op die riviere in der valeyen, 1301–1325), hem meyen ‘zich ontspannen en vermaken (in de natuur, in de meimaand)’, ‘bloeien’ (1477), Nnl. meyen ‘zich vermaken’ (1544).
Met ver-: Mnl. hem vermeyen (1340–1360), hem vermeiden (ca. 1400) ‘zich in de natuur ontspannen’, Nnl. vermeyen ‘met meitakken of lover versieren’ (1588), ‘vermaken, blij stemmen’ (1541); hem/zich vermey(d)en ‘zich ontspannen; zich verheugen’ (1503). Andere afleidingen en samenstellingen: Nnl. bemeyen ‘met meitakken versieren’ (1654), spelemeien ‘spelevaren’ (1671).
Verwante vorm: Mhd. meien, meigen ‘vrolijk zijn in mei; voor het meifeest versieren’. Vgl. Nhd. Maie ‘meiboom’, mv. Maien ‘groene takken, bos bloemen’, wat in oorsprong hetzelfde woord is als Mai ‘mei’.
Meien is direct afgeleid van mei ‘de maand mei; vers groen lover’. Het werkwoord moet dus als ‘zich ontspannen zoals in de maand mei’ of ‘zich ontspannen tussen het groen’ zijn begonnen. De vormen met d zijn door hypercorrectie ontstaan na de klankwettige wegval van d tussen klinkers.
[Gepubliceerd op 12-01-2017 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vermeien, zich [zich vermaken] {(hem) vermeyen, (hem) vermeiden [zich (in de vrije natuur) ontspannen] 1301-1350} van middelnederlands hem meyen [idem], van meye, mei [mei, bloeimaand, lente].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vermeien refl. ww. mnl. hem vermeyen ‘zich in de natuur ontspannen’, Kiliaen vermeyen ‘zich koesteren, zich in de Mei in de open lucht vermaken’, vgl. ook mnl. hem meyen, een afl. van Mei. — Daarnaast staat de jongere vorm spelemeien.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vermeien refl. ww. Kil. vermeyen (blijkbaar niet refl.) “zich koesteren, zich vermeien in de Meimaand, in de lente”, mnl. hem vermeyen “id., zich in de open lucht vermaken, zich vermaken”. Samenst. van mnl. (hem) meyen “id.”. Evenzoo mhd. mnd. meien. Van Mei; oorspr. bet.: “in Mei de komst van den zomer vieren”. Ook in de samenst. spelemeien, nog niet bij Kil. De vorm vermeiden is als be1ijden te verklaren.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vermeien o.w., zich vermaken als op Meidag of Meiavond.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

vermei: jou – , iets geniet; Ndl. (zich) vermeien (Mnl. (hem) vermeien, by Kil vermeyen) uit ver- + meien, “die maand Mei (begin v. d. somer in Europa) vier” (vgl. Ndl. meiboom, Eng. maypole).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vermeien, van Mei: zich vermaken als in Mei.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vermeien, zich zich vermaken 1301-1350 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut