Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verlopen - (voorbij(ge)gaan, verstrijken)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

verloupe (bn.) verliederlijkt; Sermoen euver de Weurd (18e eeuw) verloupe.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verlopen ‘voorbijgaan, verstrijken’ -> Deens forløbe (sig) ‘(voorbij)gaan, ontwikkelen, zijn zelfbeheersing verliezen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors forløpe ‘voorbijgaan, zich ontwikkelen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds förlöpa ‘voorbijgaan, verstrijken, ontwikkelen’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands verloop, loop wee ‘(voorbij) gaan, ontwikkelen, verstreken, verteren’.

verlopen ‘voorbijgegaan; aan lagerwal geraakt’ -> Fries ferlopen ‘aan lagerwal geraakt’; Javaans perlup ‘voorbijgegaan, verstreken’; Kupang-Maleis farlope ‘aan lagerwal geraakt’.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal