Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verkwikken - (verfrissen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

verkwikken ww. ‘verfrissen’
Onl. alleen met het voorvoegsel → ge- gikwikken ‘levend maken, tot leven wekken’ in gequiccodos mi ‘heb (jij) mij tot leven gewekt’ [10e eeuw; W.Ps.] en zonder voorvoegsel kwikken ‘tot leven komen’ in Wanda allerslahta dugetha an thir quekkent ‘omdat allerlei deugden in jou tot leven komen’ [ca. 1100; Will.]; mnl. verquicken ‘levend worden’ in jn Sente pieters daghe dat derde verquict ‘op Sint-Pietersdag (22 februari), als de aarde weer tot leven komt’ [1281 (kopie 1312); VMNW], ‘verkwikt worden, weer op krachten komen’ in doet mijn herte so verquicken, dat ... ‘laat mijn hart weer zo sterk worden dat ...’ [ca. 1450; MNW]; vnnl. verquicken ‘versterken, verkwikken’ [1588; Kil.], ‘doen opleven, verfrissen’ in een sacht Windeken ... dat verquickt ons [1642; WNT]; nnl. verquicken, verkwikken ‘opfrissen, nieuwe kracht of moed geven’ in na den middagh verquickte ons de zeewint [1714; WNT], verkwikkend voedzel [1790; WNT], Zyt gy uitgerust? Heeft het slapen u verkwikt? [1850; WNT].
Afleiding met het voorvoegsel → ver- (sub e) van het bn. onl. quic ‘levend’, zie → kwiek. Verkwikken is dan ‘tot leven doen komen’. Zie ook → kweken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verkwikken* [verfrissen] {verquicken 1281} van ver- + kwik1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verkwikken ww., mnl. verquicken ‘opkweken, versterken; herleven’, — Zie verder: kweken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

verkwikken ww., al mnl. mnd. Zie kweken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

verkwikken o.w., van kwik = levendig.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

verkwik ww.
Verfris, laaf, nuwe krag en moed gee.
Uit Ndl. verkwikken (Mnl. verquicken), 'n afleiding met ver- van kwik (Mnl. quic) 'lewendig, opgewek, vrolik'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm ferkwik.
D. erquicken.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Verkwikken, van kwik = levendig; ver = er; zie Verhalen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verkwikken ‘verfrissen’ -> Zweeds vederkvicka ‘verfrissen’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands verquik, verqwik ‘verfrissen, bijkomen, opfleuren’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verkwikken* verfrissen 1281 [CG I1, 310]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut