Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verkouden - (kou gevat hebbend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

verkouden bn. ‘kou gevat hebbend’
Mnl. vercout ‘koud geworden’ in Als dat gout vercout was ‘toen het goud afgekoeld was’ [1285; VMNW], sijn medicinale hem die uercout sijn ‘zijn geneeskrachtig voor hen die kouwelijk zijn’ [1287; VMNW], gheuen macht den uercouden man dat hi ... pleghen mach der vrouwen spel ‘geven de verkilde man potentie zodat hij het spel der vrouwen mee kan spelen’ [1287; VMNW]; vnnl. verkouden ‘kouwelijk, kleumerig’, veelal met wegval van intervocalische -d-, in ic ben wat vercouwen door het missen van een warme bijslaep [1624; WNT], ‘kou gevat hebbend, lijdend aan verkoudheid’, eerst in de afleiding vercouwentheyt ‘verkoudheid’, dan het simplex in nnl. Omtrent drie jaaren geleeden, geraakte hy zwaar verkouden [1762; WNT].
Verl.deelw. van verkouden ‘koud maken, koud worden’, dat met het voorvoegsel → ver- (sub e) is afgeleid van het bn.koud. De verbogen vorm verkoude(n) van het oorspronkelijk zwakke deelwoord verkoud (bewaard in bijv. Limburgse dialecten als verkaod) werd in het Vroegnieuwnederlands geherinterpreteerd als een sterk deelwoord.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verkouden* [kou gevat hebbend] {1624 in de betekenis ‘kouwelijk’; de betekenis ‘kou gevat hebbend’ 1762} jongere vorm naast middelnederlands vercout {1287} verl. deelw. van vercouden [afkoelen], samenstelling van ver- + couden [afkoelen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verkouden bnw. als sterk verl. deelw. opgevat mnl. vercout, vercoudet, deelw. van vercouden ‘afkoelen’, mnd. vorkolden ‘afkoelen’, ohd. (ar)calten ‘koud worden’ (nhd. erkalten) en mhd. erkelten (nhd. erkälten), samenstelling van het ww. mnl. couden, os. kaldon, oe. cealdian, on. kalda. — Zie verder: koud.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

verkouden bnw. Jongere vorm, wsch. ontstaan doordat men in de verbogen vormen verkoude, -en een sterk verleden deelw. voelde, naast Kil. verkoudt, mnl. vercout, vercoudet (d). Deze vorm is nog bewaard in het znw. verkoudheid (reeds mnl.). Mnl. vercou(de)t is ’t verl. deelw. van mnl. vercouden “afkoelen” = mnd. vorkolden “id.” (intr. en trans); ohd. reeds (ar)caltên “koud worden” (nhd. erkalten, mhd. ook verkalten “id.”, waarnaast mhd. erkelten, nhd. erkälten “koud maken”) = mnl. couden, os. kaldon, ags. cealdian, on. kalda “id.”

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

verkajd (bn.) verkouden; Nuinederlands verkouwen <1624>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2verkoue b.nw.
Wat 'n siekte het wat die slymvlies aantas en koors, hoofpyn, nies en hoes veroorsaak.
Uit Ndl. verkouden (1762). Verkoue verwys wsk. daarna dat 'n mens koud kry as jy siek is van verkoue.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verkouden ‘kou gevat hebbend’ -> Kupang-Maleis farkout ‘kou gevat hebbend; hoesten’; Papiaments verkoud (Ar.); fèrkout, ferkout (ouder: verkoud) ‘kou gevat hebbend’; Sranantongo frikowtu (ouder: frekoutu, froekoutu) ‘kou gevat hebbend; snot’; Aucaans foekowtoe ‘kou gevat hebbend’.

verkouden ‘(verouderd) verkoelen, koud(er) doen worden’ -> Negerhollands verkoud ‘verkoelen’.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

verkouden. Verkoudheid is een typisch verschijnsel dat samenhangt met het klimaat in de Lage Landen, en dat in gebieden met een warmer klimaat een veel kleinere rol speelt. Daarom kan men goed begrijpen dat het Nederlandse woord verkouden is overgenomen door het Sranantongo: frikowtu betekent zowel 'verkouden' als 'verkoudheid', en men kan bijvoorbeeld zeggen mi abi frikowtu 'ik ben verkouden', of a frikowtu boi 'de verkouden jongen'. Ook in het Papiaments is ferkout, fèrkout bekend. In het Indonesisch komt dit woord niet voor, maar wel in sommige streektalen. Zo kent het zogenoemde Kupang Maleis farkout. Het Kupang Maleis wordt gesproken in en rond Kupang op West-Timor en het aangrenzende eiland Rote. Hier heeft zich sinds de zestiende eeuw, toen er Nederlandse handelaren en militairen naar het gebied kwamen, een variant van het Maleis ontwikkeld die een eigen ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het Kupang Maleis is in een veel eerder stadium en op veel intensievere wijze beïnvloed door het Nederlands dan het Indonesisch en bevat daardoor allerlei leenwoorden die niet voorkomen in het Indonesisch - zoals farkout.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook leenwoorden die zowel in het Kupang Maleis als in het Indonesisch voorkomen, zoals hek 'hek', fals 'vals' en ploi 'plooi'. Marian Klamer, die in deze regio taalkundig onderzoek heeft verricht, bericht: 'In vrijwel elke zin komt wel een Nederlands naamwoord, voegwoord, werkwoord of iets dergelijks voor, uiteraard in verbasterde vorm.'

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verkouden* kou gevat hebbend 1762 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2368. Verkouden (of verkouwen) zijn,

d.w.z. mis zijn, er bij zijn, er ingeloopen zijn, zuur zijn. Vgl. Gunnink, 230: vekòln, verkouden, er in geloopen; fri. it spul is forkâlden, de zaak staat verkeerd, loopt mis, is verloren; Molema, 446: 'k bin nog nijt verkollen (in 't spel), 't is nog niet geheel verloren, 'k ben er nog niet om koud; Nkr. II, 13 Dec. p. 2: Al raakt nou 't menschdom verkouwen, dat scheelt me nu voortaan geen bal; O.K. 173: Ik ben er nog voor een koopje afgekomen, maar Kees was verkouwen; Nkr. V, 9 Sept. p. 4: De Katholiek-sociale week is thans in Maastricht gehouden en nu is de sociaal-demokratie in de mijnstreek glad verkouden; VI, 7 Sept. p. 4; VII, 8 Maart p. 6: En Vader Bram, die is ook al verkouwen, ja, die heeft ook al een sof, ongehoord; 15 Maart, p. 6: Blijft de Koalitie behouën, dan ben ik verkouwen; Jord. II, 47: Maar als 't kleine goed voor haar gewaarschuwd werd, was ze voor haar leven verkouden.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal