Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verkleinwoord - (diminutief)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

verkleinwoord zn. ‘diminutief’
Nnl. Verkleynwoórden [1761; Des Roches].
Samenstelling van verkleinen, uit → ver- (sub e) en → klein, met → woord, gevormd als vertaling van Latijn (nomen) dīminūtīvum, waarin het tweede lid gevormd is bij het werkwoord dī- of dēminuere (verl.deelw. -nūtus) ‘verkleinen, verminderen’ met de onzijdige vorm van het achtervoegsel -īvus voor technische termen (zie ook → naamval).
Zoals bijvoeglijke naamwoorden kunnen worden vergroot (groot, groter, grootst), zo kunnen, merkte Leupenius in 1653 op, zelfstandige naamwoorden worden verkleind. Dit had Peeter Heyns al in 1571 opgemerkt en hij gaf vercleynde namen als vertaling naast diminutifs. Andere vroegere pogingen tot het invoeren van een Nederlandse term zijn: vnnl. vercleynde namen [1571; Heyns], verkleynde namen [1584; Twe-spraack], verkleynt woort [1625, 1633; Van Heule], ver-klein-naamen [1649; Kók], verkleende naamen [1653; Leupenius] en verkleennaemwoorden [1706; Moonen]. De huidige term is vrij laat tot stand gekomen en is na Des Roches (1761) onder andere beschreven in het invloedrijke taalkundig woordenboek van Weiland (1810).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut