Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verhelen - (verbergen, verzwijgen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

verhelen ww. ‘verbergen, verzwijgen’
Onl. farhelan ‘verbergen, verzwijgen’ in wort er nieht neuerhal (met proclitisch negatie-element) ‘woorden verborg hij niet’ [1151-1200; Reimbibel]; mnl. verhelen ‘geheimhouden, verzwijgen’ [1240; Bern.], dat hijt verhelen nit ne conste ‘dat hij het niet geheim kon houden’ [1265-70; VMNW], wat sal dit verholen ‘waarom moet dit verborgen blijven’ [1285; VMNW]; vnnl. verhelen ‘geheimhouden, verzwijgen, verbergen’ in Ick en verhele uwe goetheit ende trouwe niet ‘ik laat uw goedheid en trouw niet onbesproken’ [1526; WNT], de Heeren, die ook hun ongenoegen niet verhoolen [1642; WNT]; nnl. verhelen ‘verbergen, verzwijgen, ontkennen’ in 'k ben een vrouw! Ik kan het niet verheelen [1798; WNT].
Afleiding met het voorvoegsel → ver- (sub d) van het werkwoord → helen 2 ‘verbergen’.
onverholen bn. ‘openlijk’. Mnl. Dit seg ic v al onverholen ‘dit zeg ik u in alle openheid’ [1300-50; MNW-R], God ..., dien alle dinck es onverholen ‘God, voor wie niets verborgen is’ [1450-1500; MNW]; vnnl. onverholen ‘onverborgen, openbaar, openlijk’ [1599; Kil.]; nnl. ‘openlijk, ronduit’ in eerst schuchter en bedekt en daarna onverholen [1869; WNT schuchter], spraken onverholen hun weerzin uit [1875; WNT weerzin]. Gevormd met het voorvoegsel → on- ‘niet’ en het verl.deelw. van verhelen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

onverholen* [niet verborgen] {1350} gevormd van on- + het verl. deelw. van verhelen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

verholen bnw. Deelw. van verhelen, een reeds mnl. ohd. os. ofri. ags. samenst. Zie helen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

verhole b.nw.
Verborge, geheim, onsigbaar.
Uit Ndl. verholen (al Mnl.), die voltooide dw. van verhelen 'geheim hou, verberg, nie laat merk nie', met lg. 'n afleiding met ver- van helen 'verberg, geheim hou'. In die Afr. uitdr. die heler is so goed as die steler is heler afgelei van Ndl. helen en beteken dit 'koper van gesteelde goed wat vir die polisie weggesteek of verberg word'.
D. verhohlen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

onverholen* niet verborgen 1350 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut