Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vergulden - (met goud bedekken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

vergulden ww. ‘met goud bedekken’
Mnl. vergulden, vergolden, vergouden ‘met goud bedekken’ in de guldine stolen. Ende setter coprine verholen. Vergout ‘stalen de gouden (kalveren) en vervingen ze stiekem door koperen, die verguld waren’ [1285; VMNW], Dat schilt ... te verghuldene [1384; MNW], vergolden, vergulden ‘met een dun laagje goud bedekken’ [1477; Teuth.]; vnnl. ook overdrachtelijk ‘luister bijzetten, in roem doen stijgen’ in dat vergult den rijmer ‘dat geeft de slechte dichter een hoger aanzien’ [1650; WNT], ‘een gouden kleur geven’ in Zal d' eedle korenair allengs het korenvelt Vergulden [1660; WNT]; nnl. ‘mooier doen lijken’ in heb geen zorg: ik zal de pil vergulden [1860; WNT].
Afleiding met het voorvoegsel → ver- (sub e) van zn.goud. In het werkwoord heeft geen vocalisatie van de -l- plaatsgevonden.
Het verl.deelw. verguld heeft in het Middel- en Vroegnieuwnederlands de voor de hand liggende betekenissen ‘met goud bedekt’, ‘met een gouden kleur’ en ‘in goudachtig licht gehuld’. Vanaf de 17e eeuw komt daarbij de betekenis ‘opgetogen, zeer ingenomen, in zijn schik’, in niet ... Zoo draa verguldt of hij vergaat ‘hij is nog maar net uiterst tevreden (over het resultaat) of hij gaat ten onder’ [1657; WNT], verguld met den roem [1784; WNT], òf die verguld zal weze met d'r kleindochter! [1909; WNT].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vergulden ww., mnl. vergulden, mnd. vorgulden, ohd. ubargulden grondvorm *gulþjan, afl. van *gulþa, zie: goud.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vergulden ww., reeds mnl. Ook ohd. ubar-gulden, mnd. vor-gulden “vergulden”. Van goud. Voor den umlaut vgl. gulden.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vergulden ‘met bladgoud bedekken; als goud doen glanzen’ -> Deens forgylde ‘met bladgoud bedekken; iets mooi of behagelijk maken; iemand een grote beloning geven’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors forgylle ‘met bladgoud bedekken; als goud doen glanzen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds förgylla ‘met bladgoud bedekken; als goud doen glanzen’ (uit Nederlands of Nederduits).

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1828. De pil vergulden,

d.w.z. het onaangename fraai of aannemelijk voorstellen; iemand met vriendelijke woorden, op zachte wijze iets zeer pijnlijks zeggen; het leed, dat men iemand heeft moeten aandoen, door iets vriendelijks, een gunstbewijs, verzachten. Vgl. Huygens VI, 39:

 De Trouw-feest is een dagh van 'tuyterste vermaecken:
 Den Gecken tot een aes, den Wijsen tot een baecken.
 Maer, Bruydegoms, die 'tzijt, of die het werden sult,
 Denckt niemand eens waerom de Pille werdt vergult?

Halma, 505: Dat zijn vergulde pillen, daar schuilt wat kwaads onder; II, 637: Dorer la pilule, dire en termes obligeans quelque chose de désagréable. In het Fransch gebruikt men naast dorer la pilule ook sucrer la moutarde; hd. die Pille vergolden, überzuckern; eng. to sugar, to gild the pill; de Romeinen noemden zulk een vergulde pil litus melle gladius, een zwaard met honig bestreken.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal