Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verguizen - (beschimpen)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

verguizen ww. ‘beschimpen’
Middelnederlands vergusen (1440–1460) ‘te schande maken’, Nnl. verguysen ‘bespotten; met hoon overladen’ (1572), guyse (zetten) ‘spottend gebaar naar iemand maken’ (1588).
Verwante vormen: Middelnederduits gusen ‘schrik aanjagen, tot zwijgen brengen’, Westfaals dial. vergüset ‘gestoord’, Ripuarisch verguuzen, verjuuzen ‘bang maken’.
Een ander Nl. werkwoord is guizen ‘gutsen, stromen; storten, gooien’ uit *gūs-, dat in veel dialecten nog voortbestaat (guizen, goezen, goesje, etc.). De betekenis lijkt op het eerste gezicht ver van ‘beschimpen’ verwijderd te zijn. Toch is het mogelijk dat verguizen in Oudnederlandse tijd (ergens tussen 500 en 1200) van guizen, goezen is afgeleid. Het Oudnoorse ww. gjsa ‘stromen, opborrelen’, waarvan o.a. Deens en Noors gyse ‘huiveren, rillen’ afstammen, komt uit een PGm. sterk werkwoord *geusan ‘stromen, gutsen’. Afleidingen daarvan met overdrachtelijke betekenis zijn Oudnoors geysa ‘aanzetten, ophitsen’ (uit PGm. *gausjan), en Oudnoors gys, gyss ‘spot, hevig lachen’ (uit *gus-ja-). Het is daarom niet te vergezocht om ook Nl. ver-guizen ‘te schande maken’ en Mnd. gusen ‘bang maken’ als afleidingen van hetzelfde basiswerkwoord te beschouwen. Vanuit een afgeleide betekenis zoals ‘doen huiveren’, die in Deens en Noors gyse optreedt, zijn ‘bang maken’ en ‘te schande maken’ goed te begrijpen. Werkwoorden van de 2e sterke klasse vervingen in een deel van het Westgermaans vaak de stamklinker *eu door , bijvoorbeeld in Oudengels slūpan en Mnl. slūpen ‘sluipen, glippen’ met , tegenover het behoud van de oude *eu in Gotisch sliupan en Oudhoogduits sliofan ‘sluipen’). Zodoende kan PGm. *geusan ‘stromen, gutsen’ in het Nederlands en aangrenzende dialecten eveneens door *gūsan vervangen zijn, dat als guizen, goezen in de Nl. dialecten verschijnt. Van *gūsan werd dan het zwakke ww. *(fra-)gūsjan ‘bang maken, verguizen’ afgeleid.
Pgm. *geusan ‘opwellen, gutsen’ is een afleiding met -s- bij het PIE ww. heu- ‘gieten’, waarvan ook het ww. heu-d- is afgeleid waaruit Germaans *geutan en Nl. gieten zijn ontstaan. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat *geusan gebouwd is op een PIE s-aoristus heu-s-, zoals meerdere onderzoekers al hebben aangenomen.
Literatuur: Harald Bjorvand & Fredrik Otto Lindeman. 2000. Våre Arveord. Etymologisk Ordbok, p. 329. Frederik Kortlandt. 2011. Where have all the aorists gone? Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik 67, 143–148. [i.h.b. p. 147]. Elmar Seebold. 1970. Vergl. u. etym. Wörterbuch der germ. starken Verben, p. 227–228.
[Gepubliceerd op 18-05-2017 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verguizen* [beschimpen] {vergusen [te schande maken] 1450} van verouderd guyse [hoon, een gezicht dat men tegen iem. trekt] {1588} synoniem van guuch, guich, dat bij goochelen hoort.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verguizen ww., mnl. vergûsen (15de eeuw) ‘te schande maken’, Kiliaen noemt het ‘vetus. Holl.’ naast guyse ‘hoon, neus ophalen, opgetrokken neus’.

De herkomst is onzeker. Een afl. < fra. guise ‘wijze, aangenomen gedaante’ (FW 732) is zeer onwaarschijnlijk; eerder te plaatsen naast mnl. guiten ‘spotten’, on. gauta ‘kletsen, pralen’, vgl. nog on. gaula ‘huilen’, got. gaunōn ‘klagen, treuren’; alle afl. van een wt. *gau vgl. on. geyja ‘blaffen, schelden, spotten’ (IEW 449).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

verguizen ww., door Kil. “vet. Holl.” genoemd. Van Kil. guyse “hoon, neus-ophalen, opgetrokken neus”. Oorsprong onzeker. Van fr. guise “wijze, (aangenomen) gedaante” (vanwaar ook eng. guise “id.”)? Dit fr. woord uit ’t Germ. (wijze).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

verguizen. Mnl. (15e eeuw) vergûsen ‘te schande maken’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

verguizen o.w., Kil. guyse = hoon + Westf. vergüset = gestoord, gôs = onmacht: oorspr. onbek.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

verguis ww.
Veragtelik voorstel, beskimp.
Uit Ndl. verguizen (Mnl. vergusen), 'n afleiding met ver- van guizen, met lg. van verouderde guyse 'hoon, 'n gesig wat jy vir iemand trek'.
Ndl. guyse hou verband met Eng. guise 'voorkoms, masker'.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Verguizen, van den Idg. wt. ghu = roepen (zie God), hier met ’t bijdenkbeeld: spottend toeroepen. Het woord w.d.z.: met spotwoorden overladen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verguizen* beschimpen 1450 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut