Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vergeefs - (vruchteloos)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vergeefs* [vruchteloos] {vergeves, vergeefs [tevergeefs, zonder nut, gratis, zonder beloning] 1250, vgl. tevergeves [gratis, om niet] 1236} met het bijwoorden vormende achtervoegsel s uit het verl. deelw. van vergeven [weggeven].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vergeefs bijw., mnl. verghēves, vergheefs, verghees ‘vergeefs, zonder grond’, Kiliaen vergheefs, verghevens ‘frustra’, mnd. vorgēves, vorgēvens ‘vergeefs, gratis’, mhd. vergebene(s) (nhd. vergebens); bijw. bij het verl. deelw. van vergeven, vgl. ohd. fergebeno ‘gratis’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vergeefs I bijw. Kil. vergheefs, verghevens “frustra”, mnl. verghēves, verghee(f)s “vergeefs, zonder grond”. = mnd. vorgēves, vorgēvens “id., gratis”. Mnl. mnd. ook al met te resp. to. ’t Mhd. heeft vergëbene(s) “id.” (nhd. vergebens). Adverbium (oorspr. zonder -s) van het verl. deelw. van vergeven: ohd. al fergëbeno “gratis”. Voor de bet. vgl. gr. dōreán “gratis” (oorspr. “als geschenk”), russ. dárom “id., vergeefs”.

vergeefsch bnw., nog niet bij Kil.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vergeefs bijw., Mnl. vergheves + Mhd. vergebenes (Nhd. vergebens): is met adverb. s verl.deelw. van vergeven, dus = voor niets weggegeven, zonder vergelding, zonder voordeel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

vergees (bijw.) tevergeefs; Vreugmiddelnederlands vergeefs <1291-1300>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

vergeefs b.nw.
Vrugteloos, nutteloos.
Uit Ndl. vergeefs (1526).
D. vergebens (14de eeu).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vergeefs, van vergeven, staat voor: vergevens, vgl. Hgd. vergebens, met bijw. s, bet. letterlijk: het is vergeven, weggeschonken, om niet weggegeven; vgl. een ambt te vergeven hebben. Later kreeg het de bet. van: om niet, voor niemendal, vruchteloos: vergeefsche moeite = moeite voor niet.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vergeefs ‘vruchteloos’ -> Deens forgæves ‘vruchteloos’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors forgjeves ‘vruchteloos, zonder resultaat’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds förgäves ‘vruchteloos’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vergeefs* vruchteloos 1291-1300 [CG Luiks Diat.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut