Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verfomfaaien - (in wanorde brengen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

verfomfaaien ww. ‘in wanorde brengen’
Vnnl. verfonfoyen ‘verkwisten’ in een schat ... verfonfoyt [1679; WNT]; nnl. verfomfaaien ‘wanordelijk behandelen, bederven’ in (over hoe een toneelstuk is opgevoerd) 'et hiele spul verfomfayd ... [1776-1800; WNT], ‘verfrommelen, verkreukelen, beduimelen’ in wat is je muts verfomfaaid [1843; WNT], verfomfaaide boeken [1889; WNT].
Ontleend aan Nederduits (later ook > Hoogduits) verfumfeien ‘zijn tijd verdoen met muziek en dans’ [1778; Grimm], afgeleid met het voorvoegsel → ver- (sub b) van fidelfumfei [1767; Toll.], fumfei, bumfei ‘viool, vedel’, daaruit ook ‘dans in de kroeg bij de viool’; verfumfeien is dus ‘lichtzinnig zijn tijd verdoen, verkwisten, bederven’. De vormen bumfei, (fidel)fumfei, funfel enz. zijn klanknabootsingen van het geluid van viool en vedel (Grimm).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verfomfaaien [in wanorde brengen] {1679 in de betekenis ‘verkwisten, verspillen’; de huidige betekenis 1710} < hoogduits verfumfeien < nederduits verfumfeien [zijn geld lichtzinnig verkwisten], van fidelfumfei, dans op de muziek van de Bierfiedler [de cafémuzikant], een klanknabootsende vorming (vgl. fiedel, vedel).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verfomfaaien ww., sedert de 19de eeuw < nhd. verfumfeien, sedert 1589 (Altona) bekend als ‘zijn geld lichtzinnig verkwisten’, eig. ‘tijd en geld verdoen met muziek en dans’, vgl. het klankwoord fidelfumfei (sedert 1767) ‘dans in de herberg bij de viool’ (R. Sprenger ZfdWortf. 6, 1904, 227).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

verfomfaaien ww., nog niet bij Kil. In bet. beïnvloed door verf(r)ommelen, formeel = nnd. nhd. verfumfeien “verdoen, verkwisten, bederven”, dat van ndd. fumfei “dans, viool” komt, een oorspr. onomatop. woord.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

verfomfaaien o.w., + Ndd. fumfeien, dial. Hgd. verpfumpfeien. In ’t Ndd. heet een vedel wel eens fidelfumfei en funfel: onomat. Dus fomfaaien = op de viool spelen, vroolijk zijn, — en met ver-, verspelen, bederven.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

verfomfaai ww. Ook verfonkfaai.
1. Verkreukel, verfrommel. 2. Deurmekaar maak.
In bet. 1 uit Ndl. verfomfaaien (1710). Bet. 2 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. by Pannevis (1880).
Ndl. verfomfaaien uit Nieunederduits of Nieuhoogduits verfumfeien 'jou geld of tyd ligsinnig deurbring'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

verfomfaai: deurmekaar maak, gew. in all. verbg.: verfoes en – ; Ndl. verfomfaaien (na Kil), Gron. verfomfaain, “verdraai, verkreukel, verwaarloos” (tLa NGW), Hd. verfumfeien, wat m. “dans” en “viool” in verb. gebring word en wsk. kn. was – pleit ook vir dial. Ndl. herk. v. verfoes.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

verfomfaaien (Nederduits verfumfeien)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verfomfaaien in wanorde brengen 1710 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal