Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verflensen - (slap worden)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verflensen* [slap worden] {1644} een klankschilderende vorming, die ontstond te midden van woorden als verslentsen {1562} en flets, flensje, flenter, verslonzen, versloffen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verflensen ww. staat naast Kiliaen verslentsen evenals flenter en slenter met elkaar wisselen. Voor verflensen kan men wijzen op woorden als flensen en flensje.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

verflensen ww. Nog niet bij Kil., die wel verslentsen “verflensen” kent, dat bij de woordfamilie van slenter hoort. De ƒ wsch. naar flets: vgl. de bet.-associaties tusschen de woordgroepen van flets en flensje; ook de woordgroep van flenter (vla. ook flente “flarde, flenter”) kan van invloed zijn geweest.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

verflensen ono.w., oorspr. onbek., toch wel verwant met verslensen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verflensen* slap worden 1615 [WNT rollen]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal