Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verdorie - (tussenwerpsel: bastaardvloek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

godverdorie tw. als vloekwoord
Nnl. godverdorie ‘bastaardvloek’ [1974; Koenen], godverdorie, wat is dat mooi [1993; Het Parool], we vonden dat we godverdorie iets moesten doen [1995; Het Parool], godverdorie, ik kon er niks aan doen [2001; NRC].
Godverdorie betekent wrsch. ‘dat God je van het verstand berove’, van het Middelnederlandse werkwoord verdoren ‘van het verstand beroven; misleiden, bedriegen’ (bijv. so ijammerlike wasic verdoert van din viant ‘zo vreselijk was ik door de duivel begoocheld’ [1265-70; CG II, Lut.K]), een afleiding van mnl. door ‘zot, dwaas’, een woord dat wrsch. verwant is aan → does 2 ‘suf’ en aan → duizelen. Van Sterkenburg (1997) meent dat -verdorie een klanksubstitutie is voor -verdomme in → godverdomme.
Naast mnl. door ‘zot, dwaas’: mnd. dore ‘id.’; mhd. tōr(e) (nhd. Tor ‘domkop’).
Er bestaan talloze verbasteringen en klankvarianten van deze vloek, zoals potverdorie, potverdrie(dubbeltjes), snotverdorie, goddorie, goddosie, potjandosie, gedverderrie (zie hieronder).
gedverderrie tw. als uitroep van afschuw. Nnl. getverderrie ‘uitroep van afschuw’ [1974; Koenen]. Nevenvorm van godverdorie, zoals zich ook voordoet bij gedverdemme, gadverdamme naast godverdomme. De typische betekenis van getverderrie, die bij de andere hierboven genoemde bastaardvloeken afwezig is, is wrsch. veroorzaakt door associatie met het woord → derrie ‘modderachtig vuil’. Een verdere klankvariant met dezelfde betekenis is gadverdarrie, en verkortingen zijn gedver, gadver [1992; van Dale]; een vorm met herhaling daarvan is getverdegetver.
Lit.: Van Sterkenburg 1997

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verdorie [bastaardvloek] {1889} uit God verdore je, middelnederlands verdoren [dwaas maken, van zijn verstand beroven], van door [dwaas, gek], hoogduits Tor.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

doe(i)ze, dooze. Vloek en uitroep van een verlammende voorzichtigheid. Regionale verbastering van het Franse Dieu. Een andere verklaring kan zijn dat het een verkorting is van verdorie of verdosie. De term drukt woede en andere frustratie uit.

verdorie, verdosie. Een als krachtterm gebruikte verbastering van verdoren, die zoiets betekent als ‘iem. van het verstand, de herinnering, het zelfbewustzijn beroven’ of ‘beroofd worden; verdwazen, buiten zichzelf (doen) raken; op een onverstandige onbezonnen, dwaze of versufte wijze (doen) handelen of denken’. Verdorie zelf heeft de betekenis ‘verduiveld, verdraaid’. Er bestaan vele verbasteringen: naast verdorie ook verdarrie en verdurrie. Andere, vooral dialectische, varianten zijn verdoringe, verdorisch, verdoren, verdoors, verdorens, verdorelinge en verdoord, althans volgens het WNT. Als verkorting vond ik torie. De vloek fungeert als uitlaatklep voor schrik, verbazing, verontwaardiging, irritatie, woede enz.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verdorie ‘bastaardvloek’ -> Petjoh verdeurie, verdorie, verdrie ‘milde vloek’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verdorie* tussenwerpsel: bastaardvloek 1889 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut