Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verderven - (rotten, te gronde richten)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verderven* [rotten, te gronde richten] {oudnederlands fardervan [omkomen] 901-1000, middelnederlands verderven [omkomen, bederven, ombrengen, vernielen]} middelhoogduits verderben [idem] met ver- naast bederven.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bederven ww., mnl. bederven “in het ongeluk brengen, dooden, verwoesten, te gronde gaan, sterven, verminkt worden”. De sterke flexie (praet. beda(e)rf, bederf, bedorf, verl. deelw. bedorven) is reeds mnl. veel gewoner dan de zwakke (bederfde, bederft). Oorspr. was het intrans. ww. sterk, het trans., een causatief-formatie, zwak. Sterk zijn onfr. fardërvan “omkomen”, mhd. verdërben “te gronde gaan, omkomen, sterven”, mnd. vordërven “te gronde gaan, omkomen”, ook reeds trans., owfri. ûrdëra (praet. ûrderf) “te gronde gaan, omkomen”, zwak mhd. verdėrben “te gronde richten, dooden”, mnd. vordėrven “te gronde richten, verwoesten, dooden, bederven”. Ofri. ûr-, fordera “te gronde richten” komt alleen in het praes. en den infin. voor. In het Nhd. zijn beide ww. samengevallen. De samenst. met ver- bestaat ook in het Mnl. en Nnl., die met be- ook in het Mnd. (= “berooven. plunderen”) en Nnd. Dat de oorspr. anlaut niet þ was, blijkt uit de onfr. en ofri. vormen. De mhd. vorm met d (’t woord komt ohd. niet voor) zal wel rijn- of middelfrankisch zijn. Een zuidelijker vorm verterben komt mhd. voor. Verwant zijn ags. deorfan “arbeiden, in gevaar zijn”, lit. dárbas “arbeid”, dírbu, dírbti “werken”. Voor de bet. vgl. gr. káunō “ik span mij in”: hoí kamóntes “de gestorvenen”, oi. çámati “hij geeft zich moeite, maakt gereed”: çā́myati “hij wordt rustig, bedaart, gaat uit”. Ook os. derƀi “krachtig, vijandig, boosaardig”, on. djarfr “moedig, vermetel” kunnen verwant zijn.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bederven o.w., Mnl. bederven, bedaerven: nergens elders; daarnevens Nndl. en Mnl. verderven, Mhd. en Nhd. verderben, van Ohd. derb (Mhd. derp, Nhd. derb), Ags. đeorf (Eng. therf), On. þjarfr = ongezuurd; geen verband met derven, durven (z.d.w.); in ’t Mnl. bestond ook een bederven = behoeven en bederve = behoefte, die van derven afgeleid zijn. Er is oorspr. een sterk en een zwak ww. bederven, maar beide zijn in het sterke saamgevallen; vergel. barnen.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

verderven. De vloek bloed van Christus verderf mij (als niet ...)! werd oorspronkelijk als vrome wens gebruikt. De godheid wordt aangeroepen om op staande voet te straffen, als men gelogen heeft. IJdel gebruik en meineed maken de zelfverwensing tot uitroep van verontwaardiging, woede enz. en tot vloek.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verderven ‘rotten, te gronde richten’ -> Deens fordærve ‘rotten, te gronde richten, verwennen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors forderve ‘bederven, vernielen, aantasten’; Zweeds fördärva ‘bederven, vernielen, aantasten’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verderven* rotten, te gronde richten 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut